plants

Getting to the Root of the Neem Problem

Dutch below

The neem tree is an invasive species that was introduced to the Caribbean in the early 1900s. Originally from India, this tree was brought over for its medicinal, pesticidal and ornamental properties. Locals soon realized this once popular tree was racking up a long list of ecological and economic consequences.   

Neem tree. Photo credit: Madhav Malleda

The neem tree (Azadirachta indica) is part of the mahogany family and often popular in gardens as it is easy to grow and quickly provides a nice, shaded canopy.  This evergreen tree can reach heights of 20 meters, and has a beautiful, fragrant white flower, which along with its fruits, are collected to make neem oil. In India, its common to collect and dry the leaves to be used as a natural insect repellent. The neem tree was introduced to Curacao between 20-30 years ago, and to Aruba and Bonaire after that. So it is easy to see how quickly this tree can become an issue, as it has become widespread on all three islands within this relatively short time frame. 

Impacts 

One of the primary impacts of the invasive neem tree in the Caribbean is its ability to outcompete native species. The tree grows rapidly, and its roots secrete chemicals that inhibit the growth of other plants in the vicinity. Neem trees also create dense, shaded canopies that prevent other plants from receiving the sunlight they need to thrive.  Furthermore, the tree’s deep roots alter soil composition by pulling nutrients and water from the soil, leaving less available for other plants. This can lead to soil erosion and other environmental issues, especially in areas where the soil is already nutrient-poor.  

Another impact of invasive neem trees is their effect on local wildlife. The dense canopies created by neem trees can serve as habitats for some species, but they can also make it difficult for animals to move freely through their native territories. For example, birds that rely on open spaces for hunting or nesting may struggle to find suitable areas when neem trees are present. 

Finally, invasive neem trees can also have economic impacts for the Dutch Caribbean islands. The trees can make it difficult for farmers, as they can outcompete or shade out food crops. In addition, the water seeking roots of the neem tree can quickly damage roads, sidewalks and building foundations, generating significant economic consequences for the islands. 

Implications 

Neem branch. Photo credit: Mohammad Ibrahim

Overall, the impact of invasive neem trees on the Dutch Caribbean islands is significant and multifaceted. While neem trees have many beneficial qualities, their invasive nature means that they can have negative effects on local ecosystems and economies. As a result, projects to manage and control invasive neem trees are becoming increasingly important in the region. Efforts are currently underway to control the spread of the tree and restore affected ecosystems. However, addressing the issue will require a collaborative effort between policymakers, scientists, and local communities to find sustainable solutions that balance economic, social, and environmental concerns. 

DCNA    

The Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) supports science communication and outreach in the Dutch Caribbean region by making nature-related scientific information more widely available through amongst others the Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s news platform BioNews and the press. This article contains the results from several scientific studies but the studies themselves are not DCNA studies. No rights can be derived from the content. DCNA is not liable for the content and the in(direct) impacts resulting from publishing this article.   


 

 

De neemboom is een invasieve soort die begin 1900 in het Caribisch gebied werd geïntroduceerd. Oorspronkelijk werd deze boom uit India overgebracht vanwege zijn geneeskrachtige, pesticide- en siereigenschappen. De lokale bevolking realiseerde zich al snel dat deze eens zo populaire boom een lange lijst van ecologische en economische gevolgen had.

Neemboom. Foto: Madhav Malleda

De neemboom (Azadirachta indica) maakt deel uit van de mahoniefamilie en is vaak populair in tuinen omdat hij gemakkelijk te kweken is en snel een mooi, schaduwrijk bladerdak geeft. Deze groenblijvende boom kan 20 meter hoog worden en heeft een prachtige, geurige witte bloem, die samen met de vruchten wordt verzameld om neemolie te maken. In India is het gebruikelijk om de bladeren te verzamelen en te drogen voor gebruik als natuurlijk insectenwerend middel. De neemboom is 20-30 jaar geleden op Curaçao geïntroduceerd en daarna op Aruba en Bonaire. Het is dus gemakkelijk te zien hoe snel deze boom een probleem kan worden, aangezien hij in dit relatief korte tijdsbestek wijdverspreid is geworden op alle drie de eilanden.

effecten

Een van de belangrijkste effecten van de invasieve neemboom in het Caribisch gebied is het vermogen om inheemse soorten te verdringen. De boom groeit snel en zijn wortels scheiden chemicaliën af die de groei van andere planten in de buurt remmen. Neembomen creëren ook dichte, schaduwrijke bladerdaken die voorkomen dat andere planten het zonlicht ontvangen dat ze nodig hebben om te gedijen. Bovendien veranderen de diepe wortels van de boom de bodemsamenstelling door voedingsstoffen en water uit de grond te halen, waardoor er minder beschikbaar is voor andere planten. Dit kan leiden tot bodemerosie en andere milieuproblemen, vooral in gebieden waar de bodem al voedselarm is.

Een ander effect van invasieve neembomen is hun effect op de lokale fauna. Het dichte bladerdak gecreëerd door neembomen kan dienen als leefgebied voor sommige soorten, maar ze kunnen het ook moeilijk maken voor dieren om vrij door hun oorspronkelijke leefgebied te bewegen. Vogels die afhankelijk zijn van open ruimtes om te jagen of te nestelen, kunnen bijvoorbeeld moeite hebben om geschikte gebieden te vinden als er neembomen aanwezig zijn.

Ten slotte kunnen invasieve neembomen ook economische gevolgen hebben voor de Nederlands Caribische eilanden. De bomen kunnen het boeren moeilijk maken, omdat ze voedselgewassen kunnen overtreffen of verduisteren. Bovendien kunnen de waterzoekende wortels van de neemboom snel wegen, trottoirs en funderingen van gebouwen beschadigen, met aanzienlijke economische gevolgen voor de eilanden.

Implicaties

Neem . Foto: Mohammad Ibrahim

Over het algemeen is de impact van invasieve neembomen op de Nederlandse Caribische eilanden aanzienlijk en veelzijdig. Hoewel neembomen veel gunstige eigenschappen hebben, betekent hun invasieve karakter dat ze negatieve effecten kunnen hebben op lokale ecosystemen en economieën. Als gevolg hiervan worden projecten voor het beheer en de controle van invasieve neembomen steeds belangrijker in de regio. Er worden momenteel inspanningen geleverd om de verspreiding van de boom onder controle te houden en de aangetaste ecosystemen te herstellen. Om het probleem aan te pakken, is echter een gezamenlijke inspanning van beleidsmakers, wetenschappers en lokale gemeenschappen nodig om duurzame oplossingen te vinden die economische, sociale en ecologische problemen met elkaar in evenwicht brengen.

DCNA

De Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) ondersteunt wetenschapscommunicatie en outreach in de Nederlandse Caribische regio door natuurgerelateerde wetenschappelijke informatie breder beschikbaar te maken via onder meer de Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s nieuwsplatform BioNews en de pers. Dit artikel bevat de resultaten van verschillende wetenschappelijke onderzoeken, maar de onderzoeken zelf zijn geen DCNA-onderzoeken. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. DCNA is niet aansprakelijk voor de inhoud en de indirecte gevolgen die voortvloeien uit het publiceren van dit artikel.

 

Published in BioNews 65

Date
2023
Data type
Media
Theme
Research and monitoring
Geographic location
Aruba
Bonaire
Curacao
Author

Vegetation trends BES island

This project aims to provide trends substantiated with objective data about the size and botanical quality (species composition) of the terrestrial ecosystems on the islands of Saba, Sint Eustatius and Bonaire. The results will be delivered immediately for the State of Nature of the Caribbean Netherlands report 2024. In addition, the results will be shared with local organizations for the purpose of integrating biodiversity in other social domains, reducing the size/impact of the footprint and sustainable management and restoration of nature in the Caribbean to safeguard ecosystem services, especially in view of climate change.

Date
2023
Data type
Research report
Theme
Research and monitoring
Geographic location
Bonaire
Saba
St. Eustatius

Distribution of plant species on the Dutch Caribbean Islands now online

Dutch, Papiamentu and Papiamento below

Since 2018 Wageningen University & Research and Carmabi cooperate in bringing together historical and recent data on vegetation composition and plant species distribution on the six Dutch Caribbean islands. Plant observations from this CACTUS database are now online available through the Dutch Caribbean Biodiversity Database (DCBD) website (http://speciesdistribution.dcbd.nl). The website has been launched on Aruba in the first week of December. 

The CACTUS database consists of about 2500 digitized vegetation relevés, resulting in about almost 40,000 plant species observations. These have been complemented by about 10,000 plant records from digital photos, citizen science databases, GBIF, inventory reports and additional field records. For more than 80% of the occurring total of native and naturalised non-native vascular plant species on the six islands some observations are now available, mainly covering the period 1950-2022. Currently, an NLBIF project is carried out aiming at digitizing additional historical herbarium records for all six islands.  

Data are presented on a 1×1 km grid resolution on the website (figure 1). Geographically more detailed data are available upon request, for scientific and conservation purposes. The website allows the selection of observations within time periods, which enables trend analysis of distribution patterns of species, (figure 2), especially in cases that the data availability is similar in compared periods. Trend analysis are an essential tool for constructing Red Lists of endangered species. Furthermore, it is possible to see data gaps for specific species, which may encourage enthusiastic plant hunters to provide new observation records of these plants.

Figure 1. On the species distribution website you have to choose an island and the scientific name of a plant species. In the map the distribution of the columnar cactus Stenocereus griseus on the island of Aruba is shown, based on the available observation data.

  

Figure 2. Distribution on Saba of the non-native orchid Oeceoclades maculata in the period 1990-2000 (left; no observations are known from before 1990) and after 2000 (right). An increase of occurrences of this species is also known from other Caribbean islands.

The amount of observations per island differs strongly, with by far the most records (56%) coming from Curaçao, followed by Aruba (13%) and Bonaire (11%). For Sint Maarten data are still relatively scarce. New records are added on a regular basis, after which the presented data on the DCBD website are updated.  

The non-native orchid Oeceoclades maculata in flower (photo by Michiel Boeken).

A shoco (Athene cunicularia arubensis) sitting on the columnar cactus Stenocereus griseus (photo by John Janssen).

 

Text: John Janssen, André van Proosdij, Stephan Hennekens (Wageningen Environmental Research) and Erik Houtepen (Carmabi Foundation, Curaçao). 

 

Verspreiding van plantensoorten op de Nederlands Caribische eilanden nu online

Sinds 2018 werken Wageningen University & Research en Carmabi samen in het samenbrengen van historische en recente data over vegetatiesamenstelling en verspreiding van plantensoorten op de zes Nederlands Caribische eilanden. Plantwaarnemingen uit deze CACTUS-database zijn nu online beschikbaar via de Dutch Caribbean Biodiversity Database (DCBD)-website (http://speciesdistribution.dcbd.nl). De website werd in de eerste week van december op Aruba gelanceerd.  

 

De CACTUS-database bestaat uit ongeveer 2500 gedigitaliseerde vegetatie relevés, resulterend in ongeveer 40.000 waarnemingen van plantensoorten. Deze zijn aangevuld met ongeveer 10.000 plantwaarnemingen van digitale foto’s, burger wetenschappelijke databases, GBIF, inventarisrapporten en aanvullende veldwaarnemingen. Voor meer dan 80% van het totaal aantal voorkomende inheemse en genaturaliseerde uitheemse vaatplantensoorten op de zes eilanden zijn nu enkele waarnemingen beschikbaar, voornamelijk voor de periode 1950-2022. Momenteel wordt een NLBIF-project uitgevoerd dat gericht is op het digitaliseren van aanvullende historische herbariumarchieven voor alle zes de eilanden. 

Gegevens worden gepresenteerd op de website op een rasterresolutie van 1×1 km (Figuur 1). Geografisch meer gedetailleerde gegevens zijn op verzoek beschikbaar, voor wetenschappelijke en conservatiedoeleinden. De website staat de selectie van waarnemingen binnen tijdsperioden toe, wat trendanalyse van verspreidingspatronen van soorten mogelijk maakt (Figuur 2), vooral in gevallen waarin de beschikbaarheid van gegevens in vergeleken periodes vergelijkbaar is. Trendanalyse is een essentieel hulpmiddel voor het opstellen van Rode Lijsten van bedreigde diersoorten. Bovendien is het mogelijk om gegevenshiaten voor specifieke soorten te zien, wat enthousiaste plantenjagers kan aanmoedigen om nieuwe waarnemingsgegevens van deze planten te verstrekken. 

Figuur 1. Op de soortenverspreidingswebsite kiest u een eiland en de wetenschappelijke naam van een plantensoort. Op de kaart is de verspreiding van de zuilcactus Stenocereus griseus op het eiland Aruba weergegeven, gebaseerd op de beschikbare waarnemingsgegevens.

 

Figuur 2. Verspreiding van de uitheemse orchidee Oeceoclades maculata op Saba in de periode 1990-2000 (links: geen waarnemingen bekend van voor 1990; en rechts: na 2000). Een toename in het voorkomen van deze soort is ook bekend van andere Caribische eilanden.  

 

Het aantal waarnemingen per eiland verschilt sterk, met verreweg de meeste op Curaçao (56%), gevolgd door Aruba (13%) en Bonaire (11%). Voor Sint Maarten zijn gegevens nog relatief schaars. Nieuwe waarnemingen worden regelmatig toegevoegd, waarna de gepresenteerde data op de DCBD-website worden bijgewerkt. 

Staat de uitheemse orchidee Oeceoclades maculata in bloei (foto credit: Michiel Boeken).

 

Een shoco (Athene cunicularia arubensis) zittend op de zuilcactus Stenocereus griseus (foto credit: John Janssen).

 

Tekst: John Janssen, André van Proosdij, Stephan Hennekens (Wageningen Environmental Research) en Erik Houtepen (Carmabi Foundation, Curaçao). 

 

Plamamentu di espesie di mata riba e islanan hulanda karibense ta online awor akí

For di 2018 Wageningen University & Research i Carmabi ta traha huntu pa trese informashon históriko i informashon resien tokante komposishon di vegetashon i plamamentu di espesie di mata na e seis islanan hulanda karibense huntu. Awor akí opservashon di mata for di e CACTUS-database akí ta disponibel online via wèpsait di DCBD (http://speciesdistribution.dcbd.nl). Den e promé siman di desèmber a lansa e wèpsait na Aruba (potrèt 1).  

E CACTUS-database ta konsistí di mas òf ménos 2500 parsela di vegetashon digitalisá, loke ta resultá den mas òf ménos 40.000 opservashon di espesie di mata. A komplementá esakinan ku mas òf ménos 10.000 registrashon di mata for di potrèt digital, database di siensia kaminda suidadanonan ta hunga un ròl aktivo, GBIF, rapòrt di inventarisashon i registrashon adishonal di vèlt. Pa mas ku 80% di e kantidat total di espesie di mata vaskular indígeno i eksótiko naturalisá ku ta presente riba e seis islanan, awor akí tin algun opservashon disponibel, ku prinsipalmente ta kubri e periodo di 1950 – 2022. Aktualmente ta ehekutando un proyekto di NLBIF ku ta enfoká riba digitalisashon di registrashonnan di herbario históriko adishonal pa tur e seis islanan. 

Ta presentá e informashonnan riba un resolushon di roster di 1×1 km riba e wèpsait (figura 1). Informashon geográfiko mas detayá ta disponibel riba petishon, pa metanan sientífiko i di konservashon. E wépsait ta hasi  selekshon di opservashon dentro di periodonan di tempu posibel, loke ta hasi análisis di tendensia di patronchi di plamamentu di espesie posibel (figura 2), prinsipalmente den kasonan kaminda disponibilidat di informashon ta komparabel den e periodonan ku a kompará. Análisis di tendensia ta un instrumento esensial pa formulashon di Lista Kòrá di espesie di bestia menasá. Ademas ta posibel pa mira kaminda tin bashí den informashon pa espesienan spesífiko, loke por enkurashá yagdó di mata entusiasmá pa duna informashon nobo di opservashon di e matanan akí.  

Figura 1. Riba e wèpsait di plamamentu di espesie bo tin ku skohe un isla i e nòmber sientífiko di un espesie di mata. Riba e mapa a ilustrá plamamentu di e kadushi Stenocereus griseus na Aruba, basá riba e informashonnan di opservashon ku ta disponibel. Riba potrèt 2 por mira un shoko (Athene cunicularia arubensis) sintá riba e tipo di kadushi akí (potrèt di John Janssen).  

 

Figura 2. Plamamentu na Saba di e orkidia eksótiko Oeceoclades maculata den periodo di 1990 – 2000 (na man robes: no tin opservashon konosí di promé ku 1990) i despues di aña 2000 (na man drechi). Un oumento di presensia di e espesie akí ta konosí tambe di otro islanan karibense. Riba potrèt 3 e orkidia akí ta floriando (potrèt di Michiel Boeken).  

 

E kantidat di opservashon ta diferensiá hopi pa kada isla, kaminda un  mayoria grandi di opservashon (56%) ta prosedente di Kòrsou, siguí pa Aruba (13%) i Boneiru (11%). Pa Sint Maarten ainda informashon ta relativamente skars. Regularmente ta añadí registrashon nobo, despues di kua ta aktualisá e informashonnan presentá riba wèpsait di DCBD.   

A shoco (Athene cunicularia arubensis) sitting on the columnar cactus Stenocereus griseus (photo by John Janssen).

 

The non-native orchid Oeceoclades maculata in flower (photo by Michiel Boeken).

 

Teksto: John Janssen, André van Proosdij, Stephan Hennekens (Wageningen Environmental Research) i Erik Houtepen (Carmabi Foundation, Kòrsou). 

 

DISTRIBUCION DI ESPECIE DI MATA NA E ISLANAN DI CARIBE HULANDES AWOR ONLINE

ORANJESTAD, ARUBA, 5 DECEMBER 2022 – 2018 Wageningen University y Research y Carmabi ta traha hunto pa colecciona dato historico y reciente tocante composicion di vegetacion y distribucion di cierto especie di mata na e seis islanan di Caribe Hulandes.  Observacionnan di mata di e database CACTUS aki awor ta disponibel online a traves di e website di DCBD (http://speciesdistribution.dcbd.nl). A lansa e website na  Aruba den e prome siman di december (potret 1). 

E database  CACTUS ta consisti di alrededor di 2500 releves di vegetacion digitalisa, resultando den casi 40.000 observacion di especie di mata. Esakinan a keda complementa pa casi 10.000 registro di mata di potret digital, database di cientifica di ciudadano, GBIF, reportahe di inventario y registracion adicional di veld. Pa mas di 80% di e total di e especienan di mata vascular nativo y no nativo presente na e seis islanan, awor ta dispone di algun observacion, cu ta cubri principalmente e periodo di 1950 pa 2022. Actualmente ta ehecutando un proyecto NLBIF cu meta pa digitalisa registro di herbario historico adicional pa tur e seis islanan. 

E datonan ta presenta riba un resolucion cuadra di 1×1 km den e website (figura 1). E datonan geograficamente mas detaya ta disponibel riba peticion, cu meta cientifico y di conservacion. E website ta permiti seleccion di observacion dentro di temporada di aña, unda ta permiti analisis di tendencia di distribuicion di cierto especie (figura 2), specialmente den caso di datonan ta similar den e periodo compara. E analisis di tendencia ta un herment esencial pa construi lista cora di especie den peliger di extincion. Ademas ta posibel pa mira gap di data pa especienan specifico, loke por anima e jaagdonan di mata entusiasma pa provee registro di observacion nobo di e matanan aki. 

Figura 1. Den e website di distribucion di e especienan, mester scoge un isla y e nomber cientifico di un especie di mata. Riba e mapa ta mustra e distribucion di cadushi Stenocereus griseus riba e isla di Aruba, y ta basa nan mes riba e datonan di observacion disponibel. Riba potret 2, un shoco (Athene cunicularia arubensis) posando riba e especie aki di cadushi (potret di John Janssen). 

 

Figura 2. Distribucion na Saba di e orkidia no nativa Oeceoclades maculata den e periodo di 1990-2000 (na banda robes; no tin observacion conoci di prome cu 1990) y despues di 2000 (na banda drechi). Tambe ta conoce un aumento di e ocurencianan di e especie aki na e otro islanan di Caribe. Potret 3 ta mustra e orkidia floriando (potret di Michiel Boeken). 

 

E cantidad di observacion pa isla ta diferencia hopi, cu mayoria di e registronan (56 %) ta bini di Corsou, sigui pa Aruba (13 %) y Boneiro (11 %). Pa Sint Maarten, e datonan ainda ta relativamente scars. Ta agrega registro nobo riba base regular, despues di cua ta actualisa e data presenta den e website di DCBD. 

A shoco (Athene cunicularia arubensis) sitting on the columnar cactus Stenocereus griseus (photo by John Janssen).

 

The non-native orchid Oeceoclades maculata in flower (photo by Michiel Boeken).

 

Texto: John Janssen, Andre van Proosdij, Stephan Hennekens (Wageningen Environmental Research) y Erik Houtepen (Fundacion Carmabi, Corsou). 

 

 

 

 

Published in BioNews 60

 

Date
2022
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Research and monitoring
Geographic location
Aruba
Bonaire
Curacao
Saba
Saba bank
St. Eustatius
St. Maarten