DCNA

Restoring Balance: Catchment Wide Conservation Methods for Mangrove Ecosystems

Dutch below

Mangroves create new land by slowly packing sediment within their roots, however too much sediment can lead to dieback. Researchers from Wageningen University and Research analyzed the potential erosion rates in the catchment area of Lac Bay, Bonaire, and found that this area will require catchment wide mitigation strategies such as reforestation, removal of feral grazers and the development earthen dams and sediment traps.

Mangroves are incredibly unique ecosystems, capable of moving their entire forest over several generations to maintain their preferred environmental conditions. Typically, sediment erodes slowly from land, making its way into the forest.  This gives mangroves the material they need to form new land.  Mangroves filter the sediment, pack it within their roots and slowly create mangrove peat, which creates the foundation for new territory.

 

Slow and Steady

Backwaters of Lac Bay forest. Photo: Henkjan Kievit

Forming new land must be done in moderation. When too much land sediment enters the forest at once it can have damaging effects.  Smothering the mangrove roots and choking out hydrological channels, this excess sediment can quickly lead to mangrove dieback within a few years.  In fact, over the last few decades, Bonaire has seen this firsthand, as the backlands of the mangrove forest are being choked out and environmental conditions are degrading until the mangroves can no longer thrive.

 

Catchment Areas

To explore this issue further, researchers from Wageningen University and Research working with local area expert Sabine Engel, conducted an analysis of the potential erosion within the catchment of Lac Bay.  This catchment area covers an estimated 1600ha, meaning nearly 6% of the total island drains towards Lac Bay.  Through collecting information on the potential erosion rates, coupled with a mini rainfall simulator, researchers were able to estimate the amount of surface runoff and potential erosion rates within this area.  The goal was to provide valuable recommendations to management authorities on areas where efforts should be focused to help minimize erosion.  This adds to the portfolio of information already available on the islands, which explored the value of sediment traps and used satellite imagery to highlight the disastrous effects of this excess sediment on mangroves.

Catchment area of Lac. Photo source: Remeta, 2022.

 

Not So Simple

As it turns out, the potential erosion rate across the entire catchment area was found to be rather homogeneous.  Given the minimal elevation fluctuations, coupled with the uniform deforestation, not one particular area could be singled out as having greater influence over the others.  This creates a complicated environmental issue which needs to be tackled on a large scale.  Therefore, catchment wide conservation methods need to be pursued.  This includes increased reforestation projects, catchment wide removal of feral grazers and perhaps the development of earthen dams or sediment traps.

Black mangrove. Photo: Marjolijn Lopes Cardozo

 

Creating Balance

A common theme to most of these projects seems to hinge on the need for restoring balance.  Luckily, nature-based solutions can take some of the pressure off area managers by allowing environments to build internal resilience.  Although it seems easy in principle, these solutions do require initial investments and sometimes fundamental shifts in how we (local residents and visitors) utilize these spaces.  Establishing this balance between use and functionality will require collaboration from all, but should inspire confidence, as the solution could lie in our own actions.

For more information, check out the full study.

DCNA

The DCNA supports science communication and outreach in the Dutch Caribbean region by making nature related scientific information more widely available through amongst others the Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s news platform BioNews and through the press. This article contains the results from several scientific studies but the studies themselves are not DCNA studies. No rights can be derived from the content. DCNA is not liable for the content and the in(direct) impacts resulting from publishing this article.

 

 

Mangroven creëren nieuw land door langzaam sediment tussen hun wortels te stoppen, maar te veel sediment kan leiden tot afsterven. Onderzoekers van Wageningen University and Research analyseerden de mogelijke erosiesnelheden in het stroomgebied van Lac Bay, Bonaire, en ontdekten dat voor dit gebied stroomgebiedsbrede mitigatiestrategieën nodig zijn, zoals herbebossing, verwijdering van wilde grazers en de ontwikkeling van aarden dammen en sedimentvallen. 

Mangroven zijn ongelooflijk unieke ecosystemen, die in staat zijn om hun hele bos over meerdere generaties te verplaatsen om hun favoriete omgevingsomstandigheden te behouden. Gewoonlijk erodeert sediment langzaam van het land en vindt het zijn weg naar het bos. Dit geeft mangroven het materiaal dat ze nodig hebben om nieuw land te vormen. Mangroves filteren het sediment, verpakken het tussen hun wortels en creëren langzaam mangroveveen, dat de basis legt voor nieuw land.

 

Langzaam en gestaag

Backwaters van Lac Bay bos. Foto: Henkjan Kievit

Het vormen van nieuw land moet met mate gebeuren. Wanneer er te veel landsediment tegelijk het bos binnenkomt, kan dit schadelijke gevolgen hebben. Door de mangrovewortels te verstikken en hydrologische kanalen dicht te slibben, kan dit overtollige sediment binnen enkele jaren snel leiden tot het afsterven van de mangrove. Bonaire heeft dit de afgelopen decennia met eigen ogen gezien, aangezien de achterlanden van het mangrovebos worden verstikt en de milieuomstandigheden verslechteren totdat de mangroven niet langer kunnen gedijen.

 

Stroomgebieden

Om dit probleem verder te onderzoeken, hebben onderzoekers van Wageningen University and Research in samenwerking met gebiedsexpert Sabine Engel een analyse gemaakt van de mogelijke erosie in het stroomgebied van Lac Bay. Dit stroomgebied beslaat naar schatting 1600 ha, wat betekent dat bijna 6% van het totale eiland afwatert in de richting van Lac Bay. Door informatie te verzamelen over de mogelijke erosiesnelheden, in combinatie met een mini-regensimulator, konden onderzoekers de hoeveelheid afvloeiing van het oppervlak en de potentiële erosiesnelheden in dit gebied schatten. Het doel was om waardevolle aanbevelingen te doen aan beheersautoriteiten over gebieden waarop inspanningen moeten worden gericht om erosie tot een minimum te beperken. Dit draagt bij aan de al beschikbare informatieportfolio op de eilanden, die de waarde van sedimentvallen onderzocht en satellietbeelden gebruikte om de rampzalige effecten van dit overtollige sediment op mangroven te benadrukken.

Stroomgebied van Lac (Remeta, 2022)

 

Niet zo makkelijk

Het bleek dat de potentiële erosiesnelheid over het gehele stroomgebied vrij homogeen bleek te zijn. Gezien de minimale hoogteschommelingen, gekoppeld aan de uniforme ontbossing, kon niet één bepaald gebied worden uitgekozen als een gebied met een grotere invloed op de andere. Hierdoor ontstaat een ingewikkeld milieuvraagstuk dat grootschalig moet worden aangepakt. Daarom moeten instandhoudingsmethoden voor het hele stroomgebied worden nagestreefd. Dit omvat meer herbebossingsprojecten, verwijdering van wilde grazers in het hele stroomgebied en misschien de ontwikkeling van aarden dammen of sedimentvallen.

Zwarte mangrove. Foto: Marjolijn Lopes Cardozo

 

Evenwicht creëren

Een gemeenschappelijk thema in de meeste van deze projecten lijkt af te hangen van de noodzaak om het evenwicht te herstellen. Gelukkig kunnen op de natuur gebaseerde oplossingen een deel van de druk wegnemen bij gebiedsbeheerders door omgevingen in staat te stellen interne veerkracht op te bouwen. Hoewel het in principe eenvoudig lijkt, vergen deze oplossingen wel initiële investeringen en soms fundamentele verschuivingen in het gebruik van deze ruimtes door ons (buurtbewoners en bezoekers). Het tot stand brengen van deze balans tussen gebruik en functionaliteit vereist samenwerking van iedereen, maar zou vertrouwen moeten wekken, aangezien de oplossing in onze eigen acties zou kunnen liggen.

Bekijk voor meer informatie de volledige studie met behulp van de DCBD.

 

DCNA

De DCNA ondersteunt wetenschapscommunicatie en outreach in de Nederlandse Caribische regio door natuurgerelateerde wetenschappelijke informatie breder beschikbaar te maken via onder meer de Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s nieuwsplatform BioNews en via de pers. Dit artikel bevat de resultaten van verschillende wetenschappelijke onderzoeken, maar de onderzoeken zelf zijn geen DCNA-onderzoeken. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. DCNA is niet aansprakelijk voor de inhoud en de indirecte gevolgen die voortvloeien uit het publiceren van dit artikel.

 

Published in BioNews 63

Date
2023
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Research and monitoring
Geographic location
Bonaire
Author

Recognize Caribbean nature in one click with ObsIdentify

Dutch, Papiamentu, Papiamento, and French below

Have you ever wondered what kind of species you are seeing around you? A beautiful lizard, flower, or sea turtle? You can now easily check by taking a photo with your smartphone and uploading it on to the ObsIdentify app for identification. Residents and visitors on Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Maarten (Dutch and French side) and St. Eustatius can now download the ObsIdentify app for free.

Around 3,000 Dutch Caribbean animals and plants have been added to the automatic species recognition tool called ObsIdentify, using data from Observation.org, Dutch Caribbean Species Register and Global Biodiversity Information Facility (GBIF). This app allows residents and visitors of the Dutch Caribbean islands to learn more about the diverse wild flora and fauna, both on land and in the sea. This updated version of ObsIdentify was created in collaboration with the Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA), Naturalis Biodiversity Center and Observation International and is funded by the Netherlands Biodiversity Information Facility (NLBIF).

Multilingual

With the ObsIdentify app, users are now able to upload photos of plants or animals for easy identification. ObsIdentify is available in English, Spanish, Dutch, French, and German, depending on the language setting of your smartphone. Together with local experts, species names have also been made available in Papiamentu (Bonaire and Curaçao) and Papiamento (Aruba). Thewebsite associated with the ObsIdentify app is also available in Papiamentu and Papiamento. Users can help improve the app by sending (missing) local species names to research@DCNAnature.org.

Fun tips

The ObsIdentify app not only helps you learn more about nature, but your photos also contribute to nature conservation. Each photo taken adds to a global database to improve biological research and knowledge about nature. This app is meant for photos of native plants and animals. So please do not upload pictures of yourself, other people, pets, or home and garden plants. Your uploaded photos also help to train and further improve the automated species recognition tool. Make sure to create an account and save your sightings.

Boost your discovery skills with fun tips for finding new species. In addition, you can earn badges and join challenges, you can even create groups with family, friends, or colleagues to share amazing photos. During your discoveries, make sure to respect nature. Do not disturb or damage any of the natural habitats and follow the conservation rules and regulations. Remember, take only  photos and leave only footprints.

Get the know the nature around you  

If you are interested, you can download ObsIdentify for free from the App Store or Google Play. Keep an eye on the Facebook pages of Carmabi- Curaçao, Nature Foundation St. Maarten, la Réserve Naturelle de Saint-Martin, Fundacion Parke Nacional Aruba, STENAPA St Eustatius, Saba Conservation Foundation and Tera Barra Bonaire for various hikes in which you can test the app. For more information about ObsIdentify, visithttps://observation.org/apps/obsidentify/ or check DCNA’sFacebook orInstagram.

 

 

Herken de Caribische natuur in slechts één klik met ObsIdentify Heb je je ooit afgevraagd wat voor plant- of diersoorten u om u heen ziet? Een mooie hagedis, bloem of zeeschildpad? Dit kan je nu gemakkelijk controleren door een foto te maken met je smartphone en deze foto te uploaden naar de ObsIdentify app voor identificatie. Geïnteresseerde inwoners en bezoekers van Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Maarten (Nederlandse en Franse kant) en St. Eustatius kunnen de ObsIdentify app nu gratis downloaden.

Rond de 3.000 Nederlands-Caribische dieren en planten zijn toegevoegd aan de automatische soortherkenningstool ObsIdentify, met behulp van gegevens van Observation.org,Dutch Caribbean Species Register en Global Biodiversity Information Facility (GBIF). Met deze app kunnen bewoners en bezoekers van de Nederlands Caribische eilanden meer leren over de diverse wilde flora en fauna, zowel op het land als in de zee. Deze bijgewerkte versie van ObsIdentify is tot stand gekomen in samenwerking met de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA), Naturalis Biodiversity Center enObservation International en is gefinancierd doorNetherlands Biodiversity Information Facility (NLBIF).

Meertalig

ObsIdentify-app kunnen gebruikers foto’s van planten of dieren uploaden voor eenvoudige identificatie. ObsIdentify is beschikbaar in het Engels, Spaans, Nederlands, Frans en Duits, afhankelijk van de taalinstelling van je smartphone. Samen met lokale experts zijn er ook soortnamen beschikbaar gesteld in Papiamentu (Bonaire en Curaçao) en Papiamento (Aruba). Ook dewebsite die bij de app hoort is beschikbaar in het Papiamentu en Papiamento. Gebruikers kunnen de app helpen verbeteren door (ontbrekende) lokale soortnamen te sturen naar research@DCNAnature.org.

Leuke tips

Met de ObsIdentify-app leer je niet alleen meer over de natuur, maar jouw foto’s dragen ook bij aan natuurbehoud. Elke gemaakte foto draagt ​​bij aan een wereldwijde database om biologisch onderzoek en kennis over de natuur te verbeteren. Deze app is bedoeld voor foto’s van inheemse planten en dieren. Upload dus geen foto’s van jezelf, andere mensen, huisdieren of huis- en tuinplanten. Uw geüploade foto’s helpen ook om de geautomatiseerde soortherkenningstool te trainen en verder te verbeteren. Zorg ervoor dat je een account aanmaakt en uw waarnemingen opslaat.

Boost je ontdekkingsvaardigheden met leuke tips voor het vinden van nieuwe soorten. Daarnaast kan je badges verdienen en meedoen aan uitdagingen. Je kunt zelfs groepen maken met familie, vrienden of collega’s en zo geweldige foto’s delen. Zorg ervoor dat je tijdens je ontdekkingen de natuur respecteert. Verstoor of beschadig de natuur niet en volg de regels en voorschriften voor natuurbehoud. Neem alleen foto’s en laat alleen voetafdrukken achter.

Leer de natuur om u heen kennen

Als je geïnteresseerd bent, kan je ObsIdentify gratis downloaden in de App Store of Google Play. Houd de Facebookpagina’s van Carmabi- Curaçao, Nature Foundation St. Maarten, la Réserve Naturelle de Saint-Martin, Fundacion Parke Nacional Aruba, STENAPA St Eustatius, Saba Conservation Foundation and Tera Barra Bonaire in de gaten voor diverse wandelingen waarin je de app kunt testen. Ga voor meer informatie over ObsIdentify naar https://observation.org/apps/obsidentify/ of kijk op DCNA’sFacebook of Instagram.

 

 

Bo a yega di puntra bo mes ki espesie di mata òf bestia bo ta mira rònt di bo? Un lagadishi, flor òf turtuga bunita? Bo por kontrolá esaki fásilmente awor akí pa medio di saka un potrèt ku bo smartphone i upload e potrèt akí riba e ObsIdentify app pa identifikashon. Awor akí habitantenan i bishitantenan di Aruba, Boneiru, Kòrsou, Saba, Sint Maarten (parti hulandes i parti franses) i Statia por download e ObsIdentify app grátis.   

Nan a añadí mas òf ménos 3000 bestia i mata hulandes karibense na e instrumento outomátiko pa rekonosementu di espesie ObsIdentify, ku ayudo di informashon di  Observation.org,Dutch Caribbean Species Register i Global Biodiversity Information Facility (GBIF). Ku e app akí habitantenan i bishitantenan di e islanan hulandes karibense por siña mas tokante e diferente flora i founa di mondi na e seis islanan, tantu riba tera komo den laman. A realisá e vershon aktualisá di ObsIdentify den kolaborashon Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA), Naturalis Biodiversity Center i Observation International, i Netherlands Biodiversity Information Facility (NLBIF) a finansiá esaki. 

Multilingwe 

Ku e app di ObsIdentify usuarionan por upload potrèt di mata òf bestia pa identifikashon simpel. ObsIdentify ta optenibel na ingles, spañó, hulandes, franses i aleman, dependiente di e konfigurashon di idioma di bo smartphone. Huntu ku ekspertonan lokal a pone tambe nòmbernan di espesie disponibel na papiamentu (Boneiru i Kòrsou) i papiamento (Aruba). E wèpsait ku ta pertenesé na e app tambe ta disponibel na papiamentu i papiamento. Usuarionan por yuda mehorá e app pa medio di manda nòmber di espesie (ku falta) na research@DCNAnature.org.  

Tep atraktivo 

Ku e app di ObsIdentify bo no ta siña solamente mas tokante naturalesa, pero bo potrètnan ta kontribuí tambe na preservashon di naturalesa. Kada potrèt ku bo saka ta kontribuí na un database mundial pa mehorá investigashon i konosementu biológiko tokante naturalesa. E app akí ta intenshoná pa potrèt di mata i bestia indígeno. Pues no upload potrèt di bo mes, ni di otro hende, ni di bestia di kas òf di mata di kas òf kurá. E potrètnan ku bo upload ta yuda tambe pa entrená e instrumento outomatisá di rekonosementu di espesie i pa mehorá esaki mas aleu. Sòru pa bo traha un account i warda bo opservashonnan. 

Oumentá bo abilidat di deskubrimentu ku tep atraktivo pa topa ku espesie nobo. Banda di esei bo por gana badge i partisipá na reto. Bo por asta traha grupo ku famia, amigu òf kolega pa asina kompartí tremendo potrèt. Sòru pa respetá naturalesa durante bo deskubrimentunan. No stroba ni hasi daño na naturalesa i sigui e reglanan i instrukshonnan pa preservashon di naturalesa. Solamente saka potrèt i laga solamente bo marka di pia atras. 

Siña konosé e naturalesa rònt di bo 

Si bo ta interesá, bo por download ObsIdentify grátis den App Store òf Google Play. Tene página di Facebook di Carmabi- Curaçao, Nature Foundation St. Maarten, la Réserve Naturelle de Saint-Martin, Fundacion Parke Nacional Aruba, STENAPA St Eustatius, Saba Conservation Foundation i Tera Barra Bonaire na bista pa vários kaminata kaminda bo por tèst e app. Pa mas informashon tokante ObsIdentify bai riba https://observation.org/apps/obsidentify/ òf wak riba Facebook òf  Instagram di DCNA.       

 

 

Bo a yega di puntra bo mes ki especie di mata of bestia bo ta mira rond di bo? Un bunita lagadishi, flor of turtuga? Awor bo por controla esaki facilmente door di saca un potret cu bo smartphone y upload e potret aki riba e ObsIdentify app pa identificacion. Awor e habitantenan y bishitantenan di Aruba, Boneiro, Corsou, Saba, Sint Maarten (parti Hulandes y parti Frances) y Statia por download e ObsIdentify app gratis.  

A añadi mas of menos 3000 bestia y mata di Caribe Hulandes na e instrumento automatico pa reconocemento di especie ObsIdentify, uzando data di informacion di  Observation.org,Dutch Caribbean Species Register y Global Biodiversity Information Facility (GBIF). Cu e app aki e habitantenan y e bishitantenan di e islanan di Caribe Hulandes por siña mas tocante e diferente flora y fauna di mondi na e seis islanan, tanto riba tera como den lama. A crea e version actualisa di ObsIdentify den colaboracion cu Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA), Naturalis Biodiversity Center y Observation International, y Netherlands Biodiversity Information Facility (NLBIF) a financia esaki. 

Multilingue 

Cu e app di ObsIdentify e usuarionan por upload potret di mata of bestia pa identificacion facil. ObsIdentify ta obtenibel na Ingles, Spaño, Hulandes, Frances y Aleman, dependiendo di e configuracion di idioma di bo smartphone. Hunto cu experto local a pone tambe nomber di especie disponibel na Papiamentu (Boneiro y Corsou) y Papiamento (Aruba). E website cu ta pertenece na e app tambe ta disponibel na Papiamentu y Papiamento. E usuarionan por yuda mehora e app mandando nomber di especie (cu falta) na research@DCNAnature.org

Tip divertido 

E app di ObsIdentify no solamente ta siña bo mas tocante naturalesa, pero bo potretnan ta contribui tambe na preservacion di naturalesa. Cada potret cu bo saca ta contribui na un database mundial pa mehora investigacion y conocemento biologico tocante naturalesa. E app aki ta intenciona pa potret di mata y bestia indigeno. Pues no upload potret di bo mes, ni di otro hende, ni di bestia di cas of di mata di cas of cura. E potretnan cu bo upload ta yuda tambe pa entrena e instrumento automatisa di reconocemento di especie y pa mehora esaki mas aleu. Percura pa bo traha un account y save bo observacionnan. 

Aumenta bo habilidad di descubrimento cu tip divertido pa topa cu especie nobo. Banda di esey bo por gana badge y participa na reto. Bo por hasta traha grupo cu famia, amigo of colega pa asina comparti tremendo potret. Percura pa respeta naturalesa durante bo descubrimentonan. No stroba ni haci daño na naturalesa y sigui e reglanan y instruccionnan pa preservacion di naturalesa. Solamente saca potret y laga unicamente marca di bo pianan atras. 

Siña conoce e naturalesa rond di bo 

Si bo ta interesa, bo por download ObsIdentify gratis den App Store of Google Play. Tene e paginanan di Facebook di Carmabi- Curaçao, Nature Foundation St. Maarten, la Reserve Naturelle de Saint-Martin, Fundacion Parke Nacional Aruba, STENAPA St Eustatius, Saba Conservation Foundation y Tera Barra Bonaire na bista pa varios caminata caminda bo por test e app. Pa mas informacion tocante ObsIdentify bay riba https://observation.org/apps/obsidentify/ of wak riba Facebook of  Instagram di DCNA.     

 

 

Vous êtes-vous déjà posés des questions sur les espèces présentes autour de vous ? Quels sont ces superbes lézards, fleurs ou tortues marines ? Vous pouvez maintenant le découvrir facilement et identifier ces espèces en prenant une photo avec votre smartphone et la charger dans l’application ObsIdentify. Cette application est gratuite et disponible pour les publics intéressés, les résidents comme les visiteurs désirant en savoir plus sur la biodiversité des îles de St-Maarten/St-Martin, Saba, St-Eustache, Aruba, Bonaire et Curaçao. 

Près de 3 000 espèces de plantes et animaux présentes dans les îles des Antilles néerlandaises ainsi qu’à Saint-Martin ont été ajoutés à l’outil de reconnaissance automatique des espèces appelé ObsIdentify, sur la base des données provenant de Observation.org, du Dutch Caribbean Species Register et duGlobal Biodiversity Information Facility (GBIF). Cette application permet à la population locale ainsi qu’aux visiteurs des Antilles néerlandaises d’en apprendre davantage sur la flore et la faune, terrestres et marines, des 6 îles néerlandaises de la région Caraïbe. Cette version mise à jour de ObsIdentify a été créée en collaboration avec le Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA), le Naturalis Biodiversity Center et Observation International et est financée par le Netherlands Biodiversity Information Facility (NLBIF).   

Une app multilingue 

Avec l’application ObsIdentify, vous pourrez partager vos photos de plantes ou d’animaux et ainsi les identifier facilement. Suivant les paramètres de votre smartphone, ObsIdentify est disponible en anglais, français, espagnol et allemand. Avec l’appui d’experts locaux, les noms d’espèces sont également traduits en Papiamentu (Bonaire et Curaçao) et Papiamento (Aruba). Le site internet associé à l’application ObsIdentify est également disponible en Papiamentu et Papiamento. Les utilisateurs peuvent contribuer à développer l’application en envoyant les noms communs locaux des espèces à research@DCNAnature.org

Conseils pratiques 

En plus de renforcer vos connaissances sur votre environnement, l’application ObsIdentify contribue à la conservation de la faune et de la flore. Chaque photo envoyée est inclue dans la base de données globale permettant d’améliorer la recherche et les connaissances sur les milieux naturels et la biodiversité. Cette app est faite pour les photos de faune et flore. De ce fait, merci de ne pas charger des selfies, des photographies de personnes, d’animaux domestiques, de bâtiments ou de jardins privés. Vos photos permettront d’améliorer le logiciel de reconnaissance automatique des espèces. Assurez vous de créer votre compte personnel et de sauvegarder vos observations naturalistes.   

Améliorez vos connaissances et vos compétences avec des conseils amusants pour rechercher de nouvelles espèces. De plus, vous pouvez collectionner des badges et remporter des défis. Il est possible de créer des groupes avec votre famille, vos amis ou collègues et partager ainsi de superbes photos. Pendant vos découvertes, respectez les milieux naturels qui vous entourent. Ne dégradez pas les habitats, ne déranger pas les espèces et respectez les règlementations locales en termes de protection d’espèces et d’habitats. Prenez des photos et ne laissez rien d’autre que vos empreintes de pas. 

Apprenez à connaître l’environnement qui vous entoure 

Si vous êtes intéressés, vous pouvez télécharger gratuitement ObsIdentify depuis l’App Store ou Google Play. Regardez régulièrement les actualités des pages Facebook de Carmabi-Curaçao, Nature Foundation de St. Maarten, Réserve Naturelle de Saint-Martin, Fundacion Parke Nacional Aruba, STENAPA St Eustatius, Saba Conservation Foundation et Tera Barra Bonaire pour obtenir des informations sur des randonnées permettant de se former à l’utilisation de cette application. Pour plus d’informations concernant ObsIdentify, visitez https://observation.org/apps/obsidentify/ ou consultez les pages Facebook ou Instagram du DCNA. 

 

 

Published in BioNews 62

Date
2023
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Research and monitoring
Geographic location
Aruba
Bonaire
Curacao
Saba
Saba bank
St. Eustatius
St. Maarten
Author

BioNews Kids Second Edition published by the DCNA

Dutch, Papiamentu and Papiamento below

After a successful first edition, the Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) has released the second edition of BioNews Kids. BioNews Kids is a free printed and online nature magazine for children of ages 9 to 11 on the six Dutch Caribbean islands. It was designed to increase reading, spark curiosity, and educate kids about the extraordinary nature on the six Dutch Caribbean islands, including its threats. This in support to the nature education programs of the Protected Area Management Organizations on Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, and Sint Maarten. Around 17,500 printed copies in Papiamentu, Papiamento, English or Dutch were distributed to children on the Dutch Caribbean islands. An online version of the second edition of BioNews Kids can be found in this article.

The online version of BioNews Kids can be found here. On a computer (and in ‘full screen’ mode) it is most readable. Enjoy reading!

Supporting Nature Education and public awareness
The mission of the Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) is to support the Protected Area Management Organizations (parks) on the six islands of the Dutch Caribbean. One of DCNA’s goals is the promotion of educational outreach and public awareness. Therefore, in 2021 the first edition of BioNews Kids – a branch of BioNews, which is for adults – was created. BioNews is a free monthly digital newsletter that gives updates on the latest nature news with a focus on research and monitoring, events, and overall activities concerning the members of DCNA.

Multilingual nature magazine for kids
BioNews Kids is a freely available magazine in English, Dutch, Papiamento, and Papiamentu for youth aged 9 to 11 on Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius, and St. Maarten. The magazine is made available through the nature education programs at the Protected Area Management Organizations (parks). The aim of BioNews Kids is to promote reading on the islands with a magazine that is applicable to the experiences of the children on these islands with the nature they can find in their own backyards.

Theme: Terrestrial
The main theme for this second edition of BioNews Kids is the terrestrial environment. Kids can read amongst others about the Caribbean flamingo and the Red-billed tropic bird and meet Barry the Bat. The magazine also includes activities such as coloring pages, puzzles, and a craft activity. Besides these activities, readers can begin grasping environmental words and use the photo ID of terrestrial animals continuously.

Contact your local park organization education officer for a hardcopy of BioNews Kids. For questions, please contact projects.assistant@dcnanature.org.

BioNews (Kids) is generously sponsored by National Postcode Lottery and created by the DCNA.

 

 

Na een succesvolle eerste editie heeft de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) de tweede editie van BioNews Kids uitgebracht. BioNews Kids is een gratis gedrukt en online natuurtijdschrift voor kinderen van 9 tot en met 11 jaar op de zes Nederlands Caribische eilanden.  Het is ontworpen om lezen te stimuleren, nieuwsgierigheid op te wekken en kinderen te informeren over de buitengewone natuur op de zes Nederlandse Caribische eilanden, inclusief de bedreiging ervan. Dit ter ondersteuning van de natuureducatieprogramma’s van de Beschermde Gebieden Beheerorganisaties op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten. Rond de 17.500 gedrukte kopieën in het Engels, Papiamentu, Papiamento en Nederlands werden uitgedeeld aan kinderen op de Nederlands Caribische eilanden. Een onlineversie van de tweede editie van BioNews Kids kan in dit artikel gevonden worden.

De onlineversie van BioNews Kids staat hieronder. Op een computer (en in ‘volledige scherm’ modus) is BioNews Kids het beste leesbaar. Veel leesplezier!

Het Ondersteunen van Natuureducatie en Publiek Bewustzijn
De missie van de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) is het ondersteunen van de Beschermde Gebieden Beheerorganisaties (parken) op de zes Nederlands Caribische eilanden. Een van de doelen van DCNA is het bevorderen van natuureducatie en publieke bewustwording. Daarom werd in 2021 de eerste editie van BioNews Kids – een tak van BioNews, welke voor volwassenen is – gecreëerd. BioNews is een gratis maandelijkse digitale nieuwsbrief die updates geeft over het laatste natuurnieuws met een focus op onderzoek en monitoring, evenementen en algemene activiteiten met betrekking tot de leden van DCNA.

Meertalig Natuur Tijdschrift voor Kinderen
Bionews Kids is een gratis verkrijgbaar tijdschrift in het Engels, Papiamentu, Papiamento en Nederlands voor jongeren van 9 tot 11 jaar op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius en St. Maarten. Het blad wordt beschikbaar gesteld via de natuureducatieprogramma’s van de Beschermde Gebieden Beheerorganisaties (parken). Het doel van BioNews Kids is om het lezen op de eilanden te bevorderen met een tijdschrift dat toepasbaar is op de ervaringen van de kinderen op deze eilanden met de natuur die ze in hun eigen achtertuin kunnen vinden.

Thema: Terrestrisch
Het hoofdthema van deze tweede editie van BioNews Kids is de terrestrische omgeving. Kinderen kunnen onder andere lezen over de Caribische flamingo en de Roodsnavelkeerkringvogel en kunnen Barry de vleermuis ontmoeten. In het tijdschrift staan ​​ook activiteiten zoals kleurplaten, puzzels en een knutselactiviteit. Naast deze activiteiten kunnen lezers beginnen met het begrijpen van woorden die de natuur betreffen en identiteitsfoto’s van landdieren gebruiken.

Neem contact op met de onderwijsfunctionaris van uw plaatselijke parkorganisatie op uw respectieve eiland voor een geprinte versie van BioNews Kids. Voor overige vragen kunt u een mail sturen naar projects.assistant@dcnanature.org.

BioNews en BioNews Kids worden genereus gesponsord door de Nationale Postcode Loterij en worden gemaakt door de DCNA.

 

 

Despues di un eksitoso promé edishon Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) a emití e di dos edishon di BioNews Kids. BioNews Kids ta un revista online tokante naturalesa pa mucha di 9 te ku 11 aña na e seis islanan hulandes karibense. E ta desiñá pa stimulá lesamentu, lanta kuriosidat i informá nos muchanan tokante e naturalesa eksepshonal na e seis islanan hulandes karibense, inkluso e menasa ku e ta enfrentá. Esaki komo sosten di e programanan di edukashon di naturalesa di e Organisashonnan di Maneho di Áreanan Protehá na Aruba, Boneiru, Kòrsou, Saba, Sint Eustatius i Sint Maarten. A parti mas òf ménos 17.500 kopia imprentá na ingles, papiamentu, papiamento i hulandes na nos muchanan na e islanan hulandes karibense. Por haña un vershon online di e di dos edishon di BioNews Kids den e artíkulo akí.   

Akí bou tin e vershon online di BioNews Kids. Riba un kòmpiuter (i den e módùs di ‘skrin kompleto’) por les’é mas mihó. Hopi plaser ku lesamentu!

Sostenementu di Edukashon di Naturalesa i Konsiensia Públiko
Mishon di Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) ta dunamentu di sosten na e Organisashonnan di Maneho di Áreanan Protehá (e parkenan) na e seis islanan hulandes karibense. Un di e metanan di DCNA ta promoshon di edukashon di naturalesa i konsientisashon públiko. Pa e motibu akí na aña 2021 a krea e promé edishon di BioNews Kids – un sekshon di BioNews, ku ta pa adulto. Bionews ta un boletin informativo mensual digital grátis ku ta ofresé aktualisashon tokante e último informenan tokante naturalesa ku un enfoke riba investigashon i monitoreo, evento i aktividatnan general relashoná ku e miembronan di DCNA.

Revista Multilingual tokante Naturalesa pa Mucha
BioNews Kids ta un revista ku ta optenibel grátis na ingles, papiamentu, papiamento i hulandes pa hóbennan di 9 te ku 11 aña na Aruba, Boneiru, Kòrsou, Saba, St Eustatius i St Maarten. Nan ta pone e revista disponibel via e programanan di edukashon di naturalesa di e Organisashonnan di Maneho di Áreanan Protehá (e parkenan). Meta di BioNews Kids ta pa promové lesamentu na nos islanan ku un revista ku ta aplikabel riba e eksperensianan di e muchanan na e islanan akí ku e naturalesa ku nan por haña den nan propio kurá di kas.

Tema: Terestre
E tema prinsipal di e di dos edishon di BioNews Kids ta e ambiente terestre. Nos muchanan por lesa entre otro tokante e flamingo karibense i e ‘Roodsnavelkeerkringvogel’ i nan por topa ku Barry, e raton djanochi. Den e revista tin aktividat tambe manera plachi pa klùr, pùzel i un aktividat di obra di man. Banda di e aktividatnan akí nos lesadónan por kuminsá komprendé palabranan relashoná ku naturalesa i hasi uso di potrèt di identidat di bestia ku ta biba riba tera.

Tuma kontakto ku e funshonario di enseñansa di bo organisashon lokal di parke na bo respektivo isla pa un vershon di prent di BioNews Kids. Pa otro preguntanan bo por manda un email na projects.assistant@dcnanature.org.

Nationale Postcode Loterij generosamente ta spònser BioNews i BioNews Kids i DCNA ta produsí e revistanan akí.

 

 

Despues di un exitoso prome edicion, Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) a lansa e di dos edicion di BioNews Kids. BioNews Kids ta un revista di naturalesa imprimi y online gratis pa mucha di 9 pa 11 aña na e seis islanan di Caribe Hulandes. E ta diseña pa stimula lectura, lanta curiosidad y pa informa mucha tocante e naturalesa extraordinario di e seis islanan di Caribe Hulandes, incluyendo e menasa di esaki. Esaki pa sostene e programanan di educacion tocante naturalesa di e Organisacionnan di Maneho di Area Proteha na Aruba, Boneiro, Corsou, Saba, Sint Eustatius y Sint Maarten. Ta distribui alrededor di 17.500 copia imprimi na Ingles, Papiamentu, Papiamento y Hulandes na e muchanan di e islanan di Caribe Hulandes. Den e articulo aki bo por haya un version online di e di dos edicion di BioNews Kids.

Akibou tin e version online di BioNews Kids. Riba un computer (y na modus “pantaya completo”) esaki ta miho lesabel. Disfruta lesando!

Apoyo na Educacion di Naturalesa y Consciencia Publico
E mision di Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) ta pa apoya e Organisacionnan di Maneho di Area Proteha (parke) na e seis islanan di Caribe Hulandes. Un di e metanan di DCNA ta pa promove educacion di naturalesa y consciencia publico. P’esey a crea na  aña 2022 e prome edicion di BioNews Kids, un rama di BioNews, cual ta pa adulto. BioNews ta un boletin digital mensual gratis cu ta brinda actualisacion tocante e ultimo noticianan di naturalesa cu un enfoke riba investigacion y monitoreo, evento y actividad general relaciona cu e miembronan di DCNA.

Revista Multilingual di Naturalesa pa Mucha
Bionews Kids ta un revista gratis obtenibel na Ingles, Papiamentu, Papiamento y Hulandes pa hoben di 9 pa 11 aña na Aruba, Boneiro, Corsou, Saba, St. Eustatius y St. Maarten. E revista ta disponibel atraves di e programanan di educacion di naturalesa di e Organisacionnan di Maneho di Area Proteha (parke). E meta di BioNews Kids ta pa promove lectura na e islanan cu un revista cu ta aplicabel na e experiencianan di e muchanan na e islanan aki cu naturalesa cu nan por haya den nan mes cura patras di cas.

Tema: Terestrico
E tema principal di e di dos edicion di BioNews Kids ta medio ambiente terestrico. Entre otro e muchanan por lesa tocante e flamingo Caribense y e parha tropical piek cora, entre otro, y conoce e raton di anochi Barry. E revista tambe ta contene actividad manera pintura pa kleur, puzzel y un actividad di obra di man. Ademas di e actividadnan aki, e lectornan por cuminsa compronde palabra relaciona cu naturalesa y por uza potret di identidad di bestia di tera.

Tuma contacto cu oficial di educacion di bo organisacion local di parke na su respectiva isla pa haya un version imprimi di BioNews Kids. Pa demas pregunta, por manda un e-mail na projects.assistant@dcnanature.org.

BioNews y BioNews Kids ta conta cu e generoso patrocinio di Loteria Nacional di Codigo Postal y ta produci pa DCNA.

 

 

Published in BioNews 62

 

 

Date
2023
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Geographic location
Aruba
Bonaire
Curacao
Saba
Saba bank
St. Eustatius
St. Maarten
Author

BioNews 62

BioNews is a newsletter produced by the Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) which focuses on science and conservation in the Dutch Caribbean. BioNews provides regular updates on science and nature projects as well as overviews of on-going research and monitoring efforts, long term projects, recent reports and publications.

In BioNews 62 you will find articles on:

You will also find up to date overviews of:

You can sign-up here or send an email to research@DCNAnature.org and we will be happy to add you to our mailing list.

For previous versions, please check the BioNews archive

*This newsletter was published by DCNA and funded by the Ministry of Agriculture, Nature and Food Quality (LNV).

Date
2023
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Research and monitoring
Geographic location
Aruba
Bonaire
Curacao
Saba
Saba bank
St. Eustatius
St. Maarten
Author

Invasive seagrass and native upside-down jellyfish are battling for space

Dutch, Papiamentu, and Papiamento below

Researchers from Wageningen University & Research and the University of Amsterdam report on a fascinating case of competition between an animal and an invasive plant. In tropical ecosystems, photosynthesizing organisms are continuously competing for space and light. The invasive seagrass Halophila stipulacea has been very successful in new habitats both in the Mediterranean and Caribbean seas. 

Photo: Erik Wurz

The seagrass can quickly colonize new habitats because small fragments break off, remain viable and spread via currents. In the new paper Battle for the mounds: Niche competition between upside-down jellyfish and invasive seagrass published in the scientific journal Ecology, the researchers report on their discovery that the invasive seagrass uses little mounds – created by burrowing animals as shrimp or seacucumbers – as a new habitat to settle and expand from. The mounds provide new space with sufficient light, opening up the dense meadows of native seagrass where the invasive seagrass otherwise cannot settle. From there, they observed that the invasive seagrass can spread. 

High and open locations are in demand 

Researching the habitat of the upside-down jellyfish (Source: Erik Wurz)  Photo: Erik Wurz

But the researchers also found that this can cause problems for native species. “The upside-down jellyfish (Cassiopea spp) lies upside down because it has photosynthetic algae in its tentacles. Therefore, these organisms also need light and prefer open spaces such as these mounds created by burrowing animals,” according Fee Smulders of Wageningen University & Research, and lead author of the study. “Msc student Naomi Slikboer recorded the presence of both invasive seagrass and upside-down jellyfish on many of these mounds on the island of Curaçao. She found that often the invasive seagrass pushes the upside-down jellyfish out of these habitats over time.” 

 

Jellyfish move away more often 

Researching the habitat of the upside-down jellyfish (Source: Erik Wurz) Photo: Erik Wurz

This probably increases the energetic costs for the jellyfish as it has to move more often due to rapid overgrowth of H. stipulacea. Additionally, the authors hypothesize that the interplay between invasive seagrass and burrowing mounds will lead unstable, dynamic seagrass meadows, unfavorable for valuable native seagrass species. Smulders: “We need to keep a close watch on this invasive seagrass and investigate the impact on both native species as well as the seascape patch dynamics in Caribbean seagrass meadows.” 

For more information fin the article Battle for the mounds: Niche competition between upside-down jellyfish and invasive seagrass  published in the scientific journal Ecology in the DCBD database. 

The DCNA 

The Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) supports science communication and outreach in the Dutch Caribbean region by making nature related scientific information more widely available through amongst others the Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s news platform BioNews and through the press. This article contains the results of one of those scientific studies but the study itself is not a DCNA study. No rights can be derived from the content. DCNA is not liable for the content and the in(direct) impacts resulting from publishing this article. 

Text: Wageningen Environmental Research

 

 

Onderzoekers van Wageningen University & Research en de Universiteit van Amsterdam hebben ontdekt dat een invasieve plant de competitie aangaat met een inheemse kwal. De zeegrassoort Halophila stipulacea is erg succesvol in het koloniseren van nieuwe gebieden in de Middellandse Zee en de Cariben. 

Onderzoek naar leefgebied inheemse ‘ondersteboven’ kwal in het Caribisch gebied (Bron: Erik Wurz)

Het zeegras kan zich verspreiden doordat fragmentjes afbreken, lang in leven blijven en met de stroming mee nieuwe gebieden bereiken. In het nieuwe artikel Battle for the mounds: Niche competition between upside-down jellyfish and invasive seagrass in het wetenschappelijke tijdschrift Ecology beschrijven de onderzoekers hun ontdekking dat het invasieve zeegras kleine heuveltjes – gemaakt door gravende diertjes als garnalen of zeekomkommers – gebruikt als startpunt om nieuwe gebieden te begroeien. Deze heuveltjes bieden ruimte en licht, een ideale omgeving voor het zeegras. Vanaf daar kan de invasieve plant zich verspreiden door het inheemse grasveld. 

Lichte, hoge plekken zijn gewild 

Onderzoek naar leefgebied inheemse ‘ondersteboven’ kwal in het Caribisch gebied (Bron: Erik Wurz)

Maar de onderzoekers ontdekten ook dat dit problemen op kan leveren voor inheemse soorten. “De ‘ondersteboven’ kwal (Cassiopea spp) ligt op zijn rug omdat er fotosynthetiserende algen in zijn tentakels zitten. Daarom hebben deze kwallen ook licht nodig, en verblijven ze graag op open plekken zoals de kale heuveltjes,” zegt Fee Smulders, promovendus bij Wageningen University & Research en hoofdauteur van de studie. “MSc student Naomi Slikboer volgde een aantal van deze heuvels door de tijd, en noteerde de aanwezigheid van zowel de kwallen als het invasieve zeegras op Curaçao. Zij ontdekte dat er in het begin veel kwalletjes op de heuvels lagen, maar dat de meeste heuvels op het eind begroeid waren met invasief zeegras.” 

 

Kwallen verhuizen vaker 

Onderzoek naar leefgebied inheemse ‘ondersteboven’ kwal in het Caribisch gebied (Bron: Erik Wurz)

Door de komst van het zeegras moeten de kwallen vaker verhuizen en verliezen ze mogelijk hun habitat. Verder verwachten de onderzoekers dat het samenspel tussen het invasieve zeegras en de heuveltjes zal zorgen voor een onstabiel dynamisch zeegrasveld, wat nadelig is voor het waardevolle inheemse zeegras. Smulders: “Het is belangrijk om deze exoot goed in de gaten te houden en zijn invloed op zowel inheemse soorten als het gehele onderwaterlandschap te onderzoeken.” 

Meer informatie 

Het artikel Battle for the mounds: Niche competition between upside-down jellyfish and invasive seagrass in het wetenschappelijke tijdschrift Ecology. 

Tekst: Wageningen Environmental Research
 

DCNA 

De Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) ondersteunt wetenschapscommunicatie en outreach in het Nederlandse Caribisch gebied door natuurgerelateerde wetenschappelijke informatie breder beschikbaar te maken via onder andere de Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s nieuwsplatform BioNews en via de pers. Dit artikel bevat de resultaten van een van die wetenschappelijke onderzoeken, maar het onderzoek zelf is geen DCNA-onderzoek. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De DCNA is niet aansprakelijk voor de inhoud en de indirecte gevolgen die voortvloeien uit het publiceren van dit artikel. 

 

 

Investigadónan di Wageningen Unisversity & Research i Universidat di Amsterdam a deskubrí un mata invasivo ku ta kompetí ku un kimakima indígeno. E espesie di yerba di laman Halophila stipulacea ta hopi eksitoso den kolonisashon di áreanan nobo den Laman Mediteráneo i den Karibe.

Investigashon pa loke ta trata e área di biba di e kimakima indígena ‘ariba abou’ den área karibense (Fuente: Erik Wurz)

E yerba di laman por plama pa motibu ku hopi fragmento chikitu ta kibra kita ‘fo, keda na bida hopi tempu largu i alkansá áreanan nobo pa medio di drif bai ku koriente di laman. Den e artíkulo nobo ‘ Battle for the mounds: Niche competition between upside-down jellyfish and invasive seagrass’ den e revista sientífiko Ecology, e investigadónan ta deskribí kon nan a deskubrí ku e yerba di laman invasivo ta usa seritu chikitu – ku bestia ku ta koba manera kabaron òf lol’i awa ta traha – komo punto di salida pa krese den áreanan nobo. E seritunan akí ta ofresé espasio i klaridat, un ambiente ideal pa e yerba di laman. For di einan e mata invasivo por plama atraves di e kama di yerba di laman. 

Sitionan haltu ku klaridat ta hopi gustá 

Investigashon pa loke ta trata e área di biba di e kimakima indígena ‘ariba abou’ den área karibense (Fuente: Erik Wurz)

Pero e investigadónan a deskubrí ku esaki por okashoná problemá tambe pa espesienan indígeno. “E kimakima ‘ariba abou’ (Cassiopea spp) ta drumi riba su lomba, pasobra tin alga fotosintétiko den su tenglanan. P’esei e kimakimanan akí tin mester di klaridat tambe, i nan gusta permanesé na sitionan habrí, manera e seritunan sin nada riba nan”, segun Fee Smulders, ku ta serka di optené su título komo dòktor na Wageningen University & Research i kende ta e outor prinsipal di e investigashon akí. “Durante algun tempu e studiante pa Master of Science Naomi Slikboer a sigui e seritunan akí, i el a nota presensia di tantu e kimakimanan komo e yerba di laman invasivo na Kòrsou. El a deskubrí ku na kuminsamentu tabatin hopi kimakima riba e seritunan, pero ku na final mayoria di e seritunan tabatin yerba di laman invasivo ta krese riba nan.” 

 

Kimakima ta muda mas biaha 

Investigashon pa loke ta trata e área di biba di e kimakima indígena ‘ariba abou’ den área karibense (Fuente: Erik Wurz)

Pa motibu di binida di e yerba di laman, e kimakimanan mester muda mas biaha i posibelmente nan ta pèrdè nan habitat. Mas aleu e investigadónan ta verwagt ku e interakshon entre e yerba di laman invasivo i e seritunan lo sòru pa un kama di yerba di laman dinámiko i instabil, loke ta desbentahoso pa e yerba di laman indígeno balioso. Smulders: “Ta importante pa vigilá e espesie eksótiko akí bon i investigá su influensia riba tantu e espesienan indígeno komo riba henter e paisahe bou di laman.” 

Mas informashon 

E artíkulo ‘ Battle for the mounds: Niche competition between upside-down jellyfish and invasive seagrass’ den e revista sientífiko Ecology. 

 

Teksto: Wageningen Environmental Research 

 

 DCNA 

Duthc Caribbean Nature Allianc (DCNA) ta sostené komunikashon sientífiko i alkanse den región hulandes karibense pa medio di hasi informashon sientífiko relatá na naturalesa disponibel den un forma mas amplio, via entre otro Dutch Caribbean Biodiversity Database, e plataforma di notisia BioNews di DCNA i via prensa. E artíkulo akí ta kontené resultado di un di e investigashonnan sientífiko ei, pero e investigashon mes no ta un investigashon di DCNA. No por derivá ningun derecho for di e kontenido. DCNA no ta responsabel pa e kontenido i e konsekuensianan (in)direkto ku ta surgi  pa motibu di publikashon di e artíkulo akí.  

 

 

Investigadonan di Wageningen University & Research y Universidad di Amsterdam a descubri un mata invasivo cu ta competi cu un kimakima indigeno. E especie di yerba di lama Halophila stipulacea ta hopi exitoso den colonisacion di area nobo den Lama Mediteraneo y den Caribe.

Investigacion pa loke ta trata e area di biba di e kimakima indigena “ariba abou” den area Caribense (Fuente: Erik Wurz)

E yerba di lama por plama pa motibo cu hopi fragmento chikito ta kibra kit’afo, ta keda na bida hopi tempo largo y ta alcansa area nobo door di drif bay cu coriente di lama. Den e articulo nobo Battle for the mounds: Niche competition between upside-down jellyfish and invasive seagrass den e revista cientifico Ecology, e investigadonan ta describi con nan a descubri cu e yerba di lama invasivo ta uza serito chikito – traha door di bestia cu ta coba manera cabaron of lol’i awa – como punto di salida pa crece den area nobo. E seritonan aki ta ofrece espacio y claridad, un ambiente ideal pa yerba di lama. For di eynan e mata invasivo por plama atraves di e cama di yerba di lama.

Sitio halto cu claridad ta hopi gusta

Researching the habitat of the upside-down jellyfish (Source: Erik Wurz)  Photo: Erik Wurz

Pero e investigadonan a descubri cu esaki por ocasiona problema tambe pa especienan indigeno. “E kimakima ‘ariba abou’ (Cassiopea spp) ta drumi riba su lomba, pasobra tin alga fotosintetico den su tenglanan. P’esey e kimakimanan aki mester di claridad tambe, y nan gusta permanece na sitio habri, manera e seritonan sin nada riba nan”, segun Fee Smulders, kende ta cerca di obtene su titulo como doktor na Wageningen University & Research y tambe ta autor principal di e investigacion aki. “Durante algun tempo e studiante di Master of Science Naomi Slikboer a sigui e seritonan aki, y el a nota presencia di tanto kimakima como yerba di lama invasivo na Corsou. El a descubri cu na cuminsamento tabatin hopi kimakima riba e seritonan, pero cu na final mayoria di e seritonan tabatin yerba di lama invasivo ta crece riba nan.”

Kimakima ta muda mas biaha

Researching the habitat of the upside-down jellyfish (Source: Erik Wurz) Photo: Erik Wurz

Pa motibo di binida di e yerba di lama, e kimakimanan mester muda mas biaha y posiblemente nan ta perde nan habitat. Mas aleu e investigadonan ta spera cu interaccion entre e yerba di lama invasivo y e seritonan lo percura pa un cama di yerba di lama dinamico y instabil, loke ta desbentahoso pa e yerba di lama indigeno balioso. Smulders: “Ta importante pa vigila e especie exotico aki bon y investiga su influencia riba tanto e especienan indigeno como riba henter e paisahe bou di lama.”

Mas informacion

E articulo Battle for the mounds: Niche competition between upside-down jellyfish and invasive seagrass den e revista cientifico Ecology.

DCNA

Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) ta sostene comunicacion cientifico y alcanse den region Caribe Hulandes pa medio di haci informacion cientifico relata na naturalesa disponibel den un forma mas amplio, via entre otro Dutch Caribbean Biodiversity Database, e plataforma di noticia BioNews di DCNA y via prensa. E articulo aki ta contene resultado di un di e investigacionnan cientifico ey, pero e investigacion mes no ta un investigacion di DCNA. No por deriva ningun derecho for di e contenido. DCNA no ta responsabel pa e contenido y e consecuencianan (in)directo cu ta surgi  pa motibo di publicacion di e articulo aki.

 

 

Published in BioNews 62

 

Date
2023
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Research and monitoring
Geographic location
Curacao
Author

Invasive Alien Species in the Dutch Caribbean

Dutch below 

More than 210 invasive alien species have been documented in the wild within the Dutch Caribbean. These species can have major ecological effects by decimating native flora or fauna. They can also cause large economic losses and impact human health. Over the next few weeks, the Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) will publish several articles on “invasive alien species” to help provide context to this complex issue.  

Boa constrictor. Photo credit: Diego Marquez

Invasive alien species are animals and plants introduced by human activity – deliberately or accidentally – to a natural environment outside their native range. Invasive species can have severe environmental, economic, and social impacts to their new areas. Environmentally, invasive species can be determinantal to local flora and fauna by preying on native species, outcompeting native species for food or other resources, causing, or carrying diseases, and preventing native species from reproducing. Consequently, they can have negative economic impacts on the agriculture, tourism, fishery and industry sectors. Invasive species can also bring new pathogens which can have a societal impact by making people sick or lead to outbreaks which can affect travel to these areas. The most recent examples include Chikungunya, Zika and West Nile Viruses, all which were introduced from exotic invasive mosquitoes. 

Many scientific studies have shown that alien invasive species are one of the major causes of biodiversity loss globally and that island ecosystems are especially vulnerable. This is due to the islands’ small size (with small plant and animal populations), unique species, relatively large borders that are difficult to control and a small human population lacking the necessary capacity and resources.

 

Dutch Caribbean 

A report from Wageningen University and Research estimated that there are more than 210 invasive alien species within the Dutch Caribbean alone. These include 27 introduced marine species, 65 introduced terrestrial plants, 72 introduced terrestrial and freshwater animals and 47 introduced agricultural pests and diseases and the list grows longer each year. 

Coralita vine. Photo credit: Marjolijn Lopes Cardozo

Some invasive alien species are a common issue for all six islands, including rats which devastate local bird populations, or lionfish, which spread quickly and consume many local reef fish. This also includes invasive feral grazers, such as goats, which can demolish local vegetation and contribute to desertification and biodiversity loss. 

In addition, many islands have their own specific issues, such as the boa constrictors on Aruba or the vervet monkeys on St. Maarten. Some of these invasive species were brought over to the islands as pets but were released into the wild once the owner could no longer care for them.  

 

Managing Invasive Species 

Lionfish.  Photo credit: Rudy van Gelderen

The introduction of invasive species should be avoided in the first place. This includes following the local import and export laws, effective border controls and regular monitoring. Furthermore, it is important that there is better cooperation between the parks and Customs, for example, in training of Customs officers in CITES and invasive species detection. Even the best prevention cannot stop all invasive species, however. Once a species is introduced, early detection and rapid assessment and response can still allow the islands to control the issue. Unfortunately, management options for dealing with invasive species are frequently not optimal. Decisions need to be made whether a complete eradication is needed or that monitoring and restricting the distribution (mitigation) is the best or only option. Eradication is a complex task and never the preferred management method, nevertheless, sometimes it is the only choice. Inaction would be a crueler fate for the islands as these invasive alien species can quickly negatively impact the islands’ biodiversity, human health, and/or economy. 

For more information, see the Wageningen University Report on Alien Invasive Species . Stay tuned for the follow-up articles where we take a deeper dive into these issues on each island. 

DCNA 

 The DCNA supports science communication and outreach in the Dutch Caribbean region by making nature related scientific information more widely available through amongst others the Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s news platform BioNews and through the press. This article contains the results from several scientific studies but the studies themselves are not DCNA studies. No rights can be derived from the content. DCNA is not liable for the content and the in(direct) impacts resulting from publishing this article.  

 

 

Meer dan 210 invasieve uitheemse soorten zijn in het wild gedocumenteerd in de Nederlandse Cariben. Deze soorten kunnen grote ecologische effecten hebben door de inheemse flora of fauna te decimeren. Ze kunnen ook grote economische verliezen veroorzaken en de menselijke gezondheid aantasten. De komende weken zal de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) verschillende artikelen publiceren over “invasieve uitheemse soorten” om context te geven aan deze complexe kwestie.

Boa constrictor. Foto: Diego Marquez

Invasieve uitheemse soorten zijn planten en dieren die door menselijke activiteit – opzettelijk of per ongeluk – zijn geïntroduceerd in een natuurlijke omgeving buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied. Invasieve soorten kunnen ernstige ecologische, economische en sociale gevolgen hebben voor hun nieuwe gebieden. Vanuit milieuoogpunt kunnen invasieve soorten bepalend zijn voor de lokale flora en fauna door op inheemse soorten te jagen, inheemse soorten te overtreffen voor voedsel of andere hulpbronnen, ziekten te veroorzaken of te dragen en te voorkomen dat inheemse soorten zich voortplanten. Hierdoor kunnen ze ook negatieve economische gevolgen hebben voor de sectoren landbouw, toerisme, visserij en industrie. Invasieve soorten kunnen ook nieuwe ziekteverwekkers met zich meebrengen die een maatschappelijke impact kunnen hebben door mensen ziek te maken of tot uitbraken te leiden die het reizen naar deze gebieden kunnen beïnvloeden. De meest recente voorbeelden zijn Chikungunya-, Zika- en West-Nijlvirussen, allemaal geïntroduceerd door exotische invasieve muggen.

Veel wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat invasieve uitheemse soorten wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken zijn van het verlies aan biodiversiteit en dat ecosystemen op eilanden bijzonder kwetsbaar zijn. Dit komt door de kleine omvang van de eilanden (met kleine plant- en dierpopulaties), unieke soorten, relatief grote grenzen die moeilijk te controleren zijn en een kleine menselijke populatie die niet over de nodige capaciteit en middelen beschikt.

 

Nederlands Caribisch gebied

Een rapport van Wageningen University and Research schat dat er alleen al in Caribisch Nederland meer dan 210 invasieve uitheemse soorten zijn. Deze omvatten 27 geïntroduceerde mariene soorten, 65 geïntroduceerde terrestrische planten, 72 geïntroduceerde land- en zoetwaterdieren en 47 geïntroduceerde plagen en ziekten in de landbouw en de lijst wordt elk jaar langer.

Coralita. Foto: Marjolijn Lopes Cardozo

Sommige invasieve uitheemse soorten zijn een veelvoorkomend probleem voor alle zes de eilanden, waaronder ratten die lokale vogelpopulaties verwoesten, of koraalduivels, die zich snel verspreiden en veel lokale rifvissen consumeren. Hieronder vallen ook invasieve wilde grazers, zoals geiten, die lokale vegetatie kunnen vernietigen en bijdragen aan woestijnvorming en verlies aan biodiversiteit.

Daarnaast hebben veel eilanden hun eigen specifieke problematiek, zoals de boa constrictors op Aruba of de groene meerkatten, een apensoort, op Sint Maarten. Sommige van deze invasieve soorten werden als huisdier naar de eilanden gebracht, maar werden in het wild vrijgelaten toen de eigenaar niet langer voor ze kon zorgen.

 

Beheer van invasieve soorten

Koraalduivel. Foto: Rudy van Gelderen

De introductie van invasieve soorten moet in de eerste plaats worden vermeden. Dit omvat het volgen van de lokale import- en exportwetten, effectieve grenscontroles en regelmatige controles. Verder is het van belang dat er een betere samenwerking komt tussen de parken en de Douane, bijvoorbeeld bij het trainen van douanebeambten in CITES en detectie van invasieve soorten. Zelfs de beste preventie kan echter niet alle invasieve soorten stoppen. Als een soort eenmaal is geïntroduceerd, kunnen de eilanden het probleem nog steeds onder controle krijgen door vroege detectie en snelle beoordeling en reactie. Helaas zijn de beheersmethoden voor het omgaan met invasieve soorten vaak niet optimaal. Beslissingen moeten worden genomen of volledige uitroeiing nodig is of dat toezicht houden en beperking van de verspreiding (mitigatie) de beste of enige optie is. Uitroeiing is een complexe taak en nooit de geprefereerde beheersmethode, maar soms is het de enige keuze. Niets doen zou een wreder lot zijn voor de eilanden, aangezien deze invasieve uitheemse soorten snel een negatieve invloed kunnen hebben op de biodiversiteit, de menselijke gezondheid en/of de economie van de eilanden.

Zie voor meer informatie het Wageningen University Report on Alien Invasive Species. Houd ons in de gaten voor de vervolgartikelen waarin we op elk eiland dieper ingaan op deze problemen.

DCNA

De DCNA ondersteunt wetenschapscommunicatie en outreach in de Nederlandse Caribische regio door natuurgerelateerde wetenschappelijke informatie breder beschikbaar te maken via onder meer de Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s nieuwsplatform BioNews en via de pers. Dit artikel bevat de resultaten van verschillende wetenschappelijke onderzoeken, maar de onderzoeken zelf zijn geen DCNA-onderzoeken. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. DCNA is niet aansprakelijk voor de inhoud en de indirecte gevolgen die voortvloeien uit het publiceren van dit artikel

 

Published on BioNews 62

Date
2023
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Research and monitoring
Geographic location
Aruba
Bonaire
Curacao
Saba
Saba bank
St. Eustatius
St. Maarten
Author

First official record of Least Gecko on Saba in 60 years

Dutch below

The Least Gecko was just recorded on Saba for the first time in 60 years.  Identified by researchers from the University of California Davis and the California Academy of Sciences, these sightings serve as the first official records since specimens were collected in 1963. The native versus introduced status of this species on Saba is still unknown, creating potential issues for conservation planning in the future. 

Least Gecko (Sphaerodactylus sputator). Photo credit: Michael Lihan Yuan

The islands of the Caribbean each offer their own unique oasis to a wide variety of species.  Although the islands may appear similar, thousands of years of isolation have allowed many species to evolve to match their surroundings.  This is certainly the case for many types of Lesser Antillean reptiles. Most islands are home to at least one locally endemic species, not found anywhere else.  One example is the Least Gecko (Sphaerodactylus sputator) not to be confused with the Saban Least Gecko (Sphaerodactylus sabanus).

 

New Reports

A recent survey, conducted by scientists from the University of California Davis and California Academy of Sciences, confirmed the presence of the Least Gecko on Saba for the first time since 1963. In October 2021, two individuals were photographed, and genetic samples taken for confirmation.  Both geckos were found on human-constructed stone walls, among what appeared to be many others of the same species.  It is still unclear if this species is native to the island, or introduced in recent history.  Although there are no previous records of this species from the island in guide books or scientific literature, there are two known specimens at the Museum of Comparative Zoology at Harvard University that were collected from Saba in 1963.

 

Gecko Mystery

The location and date of the 1963 specimens provide interesting pieces to this puzzle.  1963 was the year Saba’s airport began operation, so it is unlikely that the airport was the site of introduction for this species because the specimens were collected from the opposite side of the island.  Furthermore, these specimens was said to have been collected along the road to Fort Bay, but Fort Bay itself was not constructed until 1972.  Therefore, if the species is indeed introduced, it is most likely that these specimens (or their earlier relatives) entered the island via Ladder Bay.

Least Gecko (Sphaerodactylus sputator). Photo credit: Michael Lihan Yuan

Understanding the native ranges of species is important not only for conservation and management purposes, but also for achieving a better understanding of their life cycles and evolution. Furthermore, the potential expansion of the Least Gecko’s range to include Saba is unlikely a conservation concern for the island, as the least gecko and Saban least gecko live together on other Caribbean islands without issue.

To learn more, you can find the full report here.

 

The DCNA

The DCNA supports science communication and outreach in the Dutch Caribbean region by making nature related scientific information more widely available through amongst others the Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s news platform BioNews and through the press. This article contains the results of one of those scientific studies but the study itself is not a DCNA study. No rights can be derived from the content. DCNA is not liable for the content and the in(direct) impacts resulting from publishing this article.

 

 

 

De Least Gecko is zojuist voor het eerst in 60 jaar op Saba vastgelegd. Geïdentificeerd door onderzoekers van de University of California, Davis en de California Academy of Sciences, dienen deze waarnemingen als de eerste officiële waarneming sinds er in 1963 exemplaren werden verzameld. De officiële inheemse versus geïntroduceerde status van deze soort op Saba is nog onbekend, waardoor potentiële problemen kunnen ontstaan voor natuurbehoud in de toekomst.

Least Gecko (Sphaerodactylus sputator). Photo credit: Michael Lihan Yuan

De eilanden van het Caribisch gebied bieden elk hun eigen unieke oase aan een grote verscheidenheid aan diersoorten. Hoewel de eilanden op elkaar lijken, hebben duizenden jaren van isolatie ervoor gezorgd dat veel soorten zich hebben kunnen ontwikkelen om zich aan te passen aan hun omgeving. Dit geldt zeker voor veel soorten Klein-Antilliaanse reptielen. De meeste eilanden zijn de thuisbasis van ten minste één lokaal endemische soort, die nergens anders voorkomt. Een voorbeeld is de Least Gecko (Sphaerodactylus sputator), niet te verwarren met de Saban Least Gecko (Sphaerodactylus sabanus).

 

Nieuwe rapporten

Een recent onderzoek, uitgevoerd door wetenschappers van de University of California, Davis en California Academy of Sciences, heeft onlangs voor het eerst sinds 1963 de aanwezigheid van de Least Gecko op Saba bevestigd. In oktober 2021 werden twee individuen gefotografeerd en er werden genetische monsters genomen voor bevestiging. Beide gekko’s werden gevonden op door mensen gebouwde stenen muren, tussen wat leek op vele anderen van dezelfde soort. Het is nog steeds onduidelijk of deze soort inheems is op het eiland, of in de recente geschiedenis is geïntroduceerd. Hoewel er geen eerdere vermeldingen van deze soort op het eiland zijn in gidsen of wetenschappelijke literatuur, zijn er twee exemplaren bekend in het Museum of Comparative Zoology aan de Harvard University die in 1963 op Saba werden verzameld.

 

Gekko mysterie

De locatie en datum van de exemplaren uit 1963 vormen interessante stukjes voor deze puzzel. 1963 was het jaar waarin de luchthaven van Saba in gebruik werd genomen, dus het is onwaarschijnlijk dat de luchthaven de introductieplaats voor deze soort was, omdat de exemplaren werden verzameld vanaf de andere kant van het eiland. Bovendien zouden deze exemplaren langs de weg naar Fort Bay zijn gevonden, maar Fort Bay zelf werd pas in 1972 gebouwd. Als de soort inderdaad werd geïntroduceerd, is het dus zeer waarschijnlijk dat deze exemplaren (of hun eerdere verwanten) het eiland zijn binnengekomen via Ladder Bay.

Least Gecko (Sphaerodactylus sputator). Photo credit: Michael Lihan Yuan

Het begrijpen van de inheemse verspreidingsgebieden van soorten is niet alleen belangrijk voor instandhoudings- en beheersdoeleinden, maar ook voor het verkrijgen van een beter begrip van hun levenscycli en evolutie. Bovendien is de mogelijke uitbreiding van het verspreidingsgebied van de Least Gecko naar Saba onwaarschijnlijk een zorg voor het eiland, aangezien de Least Gecko en de Saban Least Gecko zonder problemen samenleven op andere Caribische eilanden.

Voor meer informatie kunt u het volledige rapport vinden via de link. 

 

De DCNA

De DCNA ondersteunt wetenschapscommunicatie en bereik in de Nederlandse Caribische regio door natuurgerelateerde wetenschappelijke informatie breder beschikbaar te maken via onder meer de Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s nieuwsplatform BioNews en via de pers. Dit artikel bevat de resultaten van een van die wetenschappelijke onderzoeken, maar het onderzoek zelf is geen DCNA-onderzoek. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. DCNA is niet aansprakelijk voor de inhoud en de indirecte gevolgen die voortvloeien uit het publiceren van dit artikel.

 

Published in BioNews 62

 

Date
2023
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Research and monitoring
Geographic location
Saba
Author

BioNews 61

BioNews is a newsletter produced by the Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) which focuses on science and conservation in the Dutch Caribbean. BioNews provides regular updates on science and nature projects as well as overviews of on-going research and monitoring efforts, long term projects, recent reports and publications.

In BioNews 61 you will find articles on:

You will also find up to date overviews of:

You can sign-up here or send an email to research@DCNAnature.org and we will be happy to add you to our mailing list.

For previous versions, please check the BioNews archive

*This newsletter was published by DCNA and funded by the Ministry of Agriculture, Nature and Food Quality (LNV).

Date
2023
Data type
Media
Theme
Education and outreach
Research and monitoring
Geographic location
Aruba
Bonaire
Curacao
Saba
Saba bank
St. Eustatius
St. Maarten
Author

Shifting Seagrass Cues for Conch

Dutch below

The Caribbean Netherlands Science Institute, partnering with the Queen Conch Lab at the Florida Atlantic University is exploring the impacts of shifting seagrass species composition on local queen conch populations.  Queen conch depend heavily on native seagrass throughout their lifecycle, so the decline of native meadows could threaten conchs not only on St. Eustatius, but throughout the Caribbean region.

Queen conch are an iconic species for the Caribbean. In addition to their beautiful shell, queen conch play an important part in local cuisine as well as a role in seagrass grazing, keeping algae growth under control.  Queen conch are dependent on native seagrasses throughout their life cycles.  In fact, conch start off as microscopic free-floating larvae, found throughout the water column.   After about 21 days of swimming around, cues from their environment, namely native seagrass beds, tell them it’s time to settle and morph to a sand dwelling grazer.

The problem

Unfortunately, native seagrass around St. Eustatius and other (Dutch) Caribbean islands are being threatened by an invasive species from the Red Sea- Halophila stipulacea.  This new seagrass creates a completely different habitat, which affects how the ecosystem functions which could lead to changes in the composition and abundance of associated species (such as the queen conch). It is unclear if these invasive species offer the same cues to the conch larvae as their native counterparts.  To better understand this impact, a new project funded by World Wildlife Fund INNO-fonds and SPAW Regional Activity Center, led by the Caribbean Netherlands Science Institute partnering with Megan Davis from the Harbor Branch Oceanographic Institute at the Florida Atlantic University, is exploring these impacts.

Queen conch. Photo credit: Marion Haarsma

The Project

The first step of the project is to collect eggs from wild queen conch.  The female Queen conch lays her eggs in a thin sticky thread-like casing. This thread bundles together into an egg mass, often covered in sand so it can be very difficult to find. Each thread contains millions of eggs, so only a small portion of this egg mass (size of a 25 cent coin) is needed for the experiment. Once collected the eggs are transported to a lab where they can be placed in a tank to be monitored daily. After 4-5 days the eggs will hatch, releasing many microscopic conch larvae into the tank.

Time to Hatch

Once the eggs hatched, they are moved in small batches to individual beakers so they can be easily fed and monitored. Once they reach about 1 mm in length they are almost ready for their metamorphosis, about 21 days. The final stage of the project is to introduce various cues to the larvae to see how they respond.  In total four different cues will be used, in various combinations.  These cues include two native seagrasses, the invasive seagrass as well as that of bare sand.  After introduction, the conch larvae will be checked throughout the following week to see how they develop.

Want to know more about this project? Follow along with lead scientist, Dr. Kimani Kitson-Walters and check out the following vlog.

Updates to this project will also be featured in future BioNews articles.

DCNA

The Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) supports science communication and outreach in the Dutch Caribbean region by making nature related scientific information more widely available through amongst others the Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s news platform BioNews and through the press. This article contains the results of one of those scientific studies but the study itself is not a DCNA study. No rights can be derived from the content. DCNA is not liable for the content and the in(direct) impacts resulting from publishing this article.

 

 

Het Caribbean Netherlands Science Institute dat samenwerkt met het Queen Conch Lab van de Florida Atlantic University, onderzoekt de gevolgen van een veranderende samenstelling van zeegrassoorten op lokale kroonslakpopulaties. Kroonslakken zijn gedurende hun hele levenscyclus sterk afhankelijk van inheems zeegras, dus de achteruitgang van inheemse velden kan een bedreiging vormen voor de kroonslak, niet alleen op Sint Eustatius, maar in het hele Caribische gebied.

De kroonslak is een iconische soort voor het Caribisch gebied. Naast hun prachtige schelp spelen kroonslakken een belangrijke rol in de lokale keuken, evenals een rol bij het grazen van zeegras, waardoor de algengroei onder controle wordt gehouden. Kroonslakken zijn gedurende hun hele levenscyclus afhankelijk van inheems zeegras. In feite beginnen kroonslakken als microscopisch kleine, vrij zwevende larven, die overal in de waterkolom te vinden zijn. Na ongeveer 21 dagen rondzwemmen, vertellen signalen uit hun omgeving, voornamelijk inheemse zeegrasvelden, hen dat het tijd is om zich te vestigen en te veranderen in een grazer die in het zand leeft.

Het probleem

Helaas wordt het inheemse zeegras rond Sint Eustatius vervangen door een invasieve soort uit de Rode Zee. Dit nieuwe zeegras creëert een compleet ander leefgebied, wat invloed heeft op het functioneren van het ecosysteem en kan leiden tot veranderingen in de samenstelling en overvloed van verwante soorten (zoals de kroonslak). Het is onduidelijk of deze invasieve soorten dezelfde aanwijzingen geven aan de kroonslak als hun inheemse tegenhangers. Om deze impact beter te begrijpen, onderzoekt een nieuw project, gefinancierd door het INNO-fonds van het Wereld Natuur Fonds en het SPAW Regional Activity Centre, geleid door het Caribbean Netherlands Science Institute in samenwerking met Megan Davis van het Harbor Branch Oceanographic Institute van de Florida Atlantic University, deze impact .

Kroonslak. Photo credit: Marion Haarsma

Het project

De eerste stap van het project is het verzamelen van eieren van wilde kroonslakken. De vrouwelijke kroonslak legt haar eieren in een dunne kleverige draadachtige omhulling. Deze draad bundelt zich tot een eimassa, vaak bedekt met zand, dus het kan erg moeilijk te vinden zijn. Elke draad bevat miljoenen eieren, dus slechts een klein deel van deze eimassa (ter grootte van een euro munt) is nodig voor het experiment. Eenmaal verzameld, worden de eieren naar een laboratorium vervoerd waar ze in een tank kunnen worden geplaatst om dagelijks te worden gecontroleerd. Na 4-5 dagen komen de eieren uit, waardoor veel microscopisch kleine larven in het aquarium terechtkomen.

Tijd om uit te komen

Zodra de eieren zijn uitgekomen, worden ze in kleine hoeveelheden naar individuele bekers verplaatst, zodat ze gemakkelijk kunnen worden gevoerd en gecontroleerd. Zodra ze ongeveer 1 mm lang zijn, zijn ze bijna klaar voor hun metamorfose, ongeveer 21 dagen. De laatste fase van het project is om verschillende signalen aan de larven te geven om te zien hoe ze reageren. In totaal worden vier verschillende signalen in verschillende combinaties gebruikt. Deze signalen omvatten twee inheemse zeegrassen, het invasieve zeegras en dat van kaal zand. De hierop volgende week worden de larven gecontroleerd op ontwikkeling.

Meer weten over dit project? Volg mee met hoofdwetenschapper Dr. Kimani Kitson-Walters en bekijk de volgende vlog: https://youtu.be/ioXYjohQCeg

Updates van dit project zullen ook worden vermeld in toekomstige BioNews-artikelen.

DCNA

De Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) ondersteunt wetenschaps communicatie en bereik in de Nederlandse Caribische regio door natuurgerelateerde wetenschappelijke informatie breder beschikbaar te maken via onder meer de Dutch Caribbean Biodiversity Database, DCNA’s nieuwsplatform BioNews en via de pers. Dit artikel bevat de resultaten van een van die wetenschappelijke onderzoeken, maar het onderzoek zelf is geen DCNA-onderzoek. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. DCNA is niet aansprakelijk voor de inhoud en de indirecte gevolgen die voortvloeien uit het publiceren van dit artikel.

 

Published in BioNews 61

Date
2023
Data type
Media
Theme
Governance
Education and outreach
Legislation
Research and monitoring
Geographic location
St. Eustatius
Author

Minister of Education, Culture and Science, Mr. Robbert Dijkgraaf, visited the DCNA to exchange ideas about science in the Dutch Caribbean.

Dutch, Papiamentu and Papiamento below

On Friday, January 20th, 2023, Minister of Education, Culture and Science, Mr. Robbert Dijkgraaf, visited the Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) office on Bonaire. After a meet & greet with the staff, the DCNA was given the opportunity to highlight the importance of research and monitoring, local nature conservation organizations and working together to safeguard nature within the Caribbean part of the Dutch Kingdom.    

Arno Verhoeven, director of the DCNA, stressed that there are only a few remaining cooperative bodies between the six islands of the Dutch Caribbean, and that the main reason DCNA works is a common understanding of nature and a willingness to share knowledge. “Actually, the Dutch Caribbean has a lot when it comes to science and research. All these passionate people working in conservation on the islands have one thing in common, their drive to protect nature – and nature has no boundaries. The knowledge and skills they accumulate in this network is enormous and their willingness to share is part of this drive. With six major nature organizations, we are an important regional knowledge centre.” says Verhoeven.  

The Dutch Caribbean is home to a wide variety of unique animal and plant species. Many of these are endangered due to loss of habitat, pollution, overgrazing and the impact of invasive species, climate change and other stressors. To manage the islands’ natural resources islands wisely and sustainably, knowledge about the complex and fragile ecosystems in the Dutch Caribbean is essential. Especially when these resources are used to support local communities and form the basis for the economic wellbeing of the islands. Therefore, research, monitoring, communication, and outreach play a crucial role. Science is a strong component in any nature programme, and when looking for more funding, it is a cornerstone of any application.  

Minister Robbert Dijkgraaf visiting the Dutch Caribbean Nature Alliance office on Bonaire. Photo credit: Skyview Bonaire

The DCNA is a non-profit organization created to protect the natural environment and to promote sustainable management of natural resources, both on land and in the water, on the six Dutch Caribbean islands. The alliance works with local park management organizations (parks) and other nature conservation organizations. It is also a representative for the local parks when dealing with governments, policy makers, or when engaging with regional or international organizations on a multi-island level.  

One of the core tasks of the DCNA is to promote and facilitate permanent dialogue, knowledge sharing, training, and cooperation between the parks. DCNA’s Research & Monitoring Working Group provides a platform where biologists of the parks meet to share experiences, knowledge, and advice regarding research and monitoring. Additionally, this group works to harmonize scientifically sound monitoring protocols for the most important biodiversity indicators (species and habitats), develops analysis tools and strategies to guide researchers (and funders) in their design and conduct of research and monitoring in the Dutch Caribbean.    

“We also support research and monitoring in the Dutch Caribbean by helping to improve communication and outreach. For example, we make scientific information more accessible through the Dutch Caribbean Biodiversity Database (DCBD), the news platform BioNews and other media channels. We are thankful to the Ministry of Agriculture, Nature, and Food Quality (LNV) for supporting this work” commented Tineke van Bussel, DCNA’s Research and Communication Liaison.   

"As a regional network spanning the Dutch Caribbean, and with a long working relationship with the local conservation community, DCNA is uniquely positioned to contribute towards the development and successful implementation of science initiatives in the region. We want to strengthen our work as a regional knowledge centre and would welcome more means to serve our stakeholders.” explains Arno Verhoeven.

Minister Robbert Dijkgraaf visiting the Dutch Caribbean Nature Alliance office on Bonaire.  Photo credit: Skyview Bonaire

 

 

Op vrijdag 20 januari 2023 heeft minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Robbert Dijkgraaf, een bezoek gebracht aan het kantoor van de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) op Bonaire. Na een ontmoeting met het personeel kreeg de DCNA de gelegenheid om het belang van onderzoek en monitoring, lokale natuurbeschermingsorganisaties en samenwerking voor natuurbescherming in het Caribisch deel van het Nederlandse Koninkrijk te benadrukken. 

Arno Verhoeven, directeur van de DCNA, benadrukte dat er tussen de zes eilanden van de Nederlandse Cariben nog maar een paar overgebleven samenwerkingsorganen zijn en dat de belangrijkste reden waardoor DCNA werkt, een gemeenschappelijk begrip van de natuur en de bereidheid om kennis te delen is. “Eigenlijk heeft het Nederlands Caribisch gebied veel wanneer het op wetenschap en onderzoek aankomt. Al deze gepassioneerde mensen die werken aan natuurbehoud op de eilanden hebben één ding gemeen: hun drive om de natuur te beschermen – en de natuur kent geen grenzen. De kennis en kunde die ze in dit netwerk opdoen is enorm en hun bereidheid om dit te delen maakt deel uit van deze drive. Met zes grote natuurorganisaties zijn we een belangrijk regionaal kenniscentrum.” zegt Verhoeven. 

Het Nederlands Caribisch gebied heeft een grote verscheidenheid aan unieke dier- en plantensoorten. Veel van deze worden bedreigd door verlies van leefgebied, vervuiling, overbegrazing en de impact van invasieve soorten, klimaatverandering en andere stressoren. Om de natuurlijke hulpbronnen van de eilanden verstandig en duurzaam te beheren, is kennis over de complexe en kwetsbare ecosystemen in het Nederlands Caribisch gebied essentieel. Vooral wanneer deze middelen worden gebruikt om lokale gemeenschappen te ondersteunen en de basis vormen voor het economische welzijn van de eilanden. Daarom spelen onderzoek, monitoring, communicatie en bereik een cruciale rol. Wetenschap is een sterk onderdeel van elk natuurprogramma en bij het zoeken naar meer financiering is het een hoeksteen van elke aanvraag. 

Minister Robbert Dijkgraaf op bezoek bij het kantoor van de Dutch Caribbean Nature Alliance op Bonaire.  Foto: Skyview Bonaire

De DCNA is een non-profitorganisatie die is opgericht om de natuurlijke omgeving te beschermen en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen te bevorderen, zowel op het land als in het water, op de zes Nederlands Caribische eilanden. De alliantie werkt samen met lokale parkbeheerorganisaties (parken) en andere natuurbeschermingsorganisaties. Het is ook een vertegenwoordiger voor de lokale parken richting regeringen, beleidsmakers of in de omgang met regionale of internationale organisaties op multi-eilandniveau.  

Een van de kerntaken van het DCNA is het bevorderen en faciliteren van permanente dialoog, kennisdeling, training en samenwerking tussen de parken. DCNA’s Onderzoek & Monitoring Werkgroep biedt een platform waar biologen van de parken elkaar ontmoeten om ervaringen, kennis en advies over onderzoek en monitoring te delen. Daarnaast werkt deze groep aan het harmoniseren van wetenschappelijk verantwoorde monitoringprotocollen voor de belangrijkste indicatoren van biodiversiteit (soorten en leefgebied), ontwikkelt analysetools en strategieën om onderzoekers (en financiers) te begeleiden bij het opzetten en uitvoeren van onderzoek en monitoring in het Nederlands Caribisch gebied. 

“Ook ondersteunen we onderzoek en monitoring in het Nederlands Caribisch gebied door de communicatie en outreach te helpen verbeteren. Zo maken we wetenschappelijke informatie toegankelijker via de Dutch Caribbean Biodiversity Database (DCBD), het nieuwsplatform BioNews en andere mediakanalen We zijn het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) dankbaar voor de ondersteuning van dit werk”, aldus Tineke van Bussel, DCNA’s Onderzoek en Communicatie Liaison. 

“Als regionaal netwerk dat het Nederlands Caribisch gebied omspant en met een langdurige werkrelatie met de lokale natuurbeschermingsgemeenschap, bevindt de DCNA zich in een unieke positie om bij te dragen aan de ontwikkeling en succesvolle implementatie van wetenschappelijke initiatieven in de regio. We willen ons werk als regionaal kenniscentrum versterken en zouden graag meer middelen krijgen om onze stakeholders van dienst te kunnen zijn.” legt Arno Verhoeven uit. 

 

 

Riba djabièrnè 20 di yanüari 2023 minister di Enseñansa, Kultura i Siensia, señor Robbert Dijkgraaf, a hasi un bishita na ofisina di Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) na Boneiru. Despues di un ‘meet & greet’ ku e empleadonan, DCNA a haña oportunidat pa pone énfasis riba importansia di investigashon i monitoreo, organisashonnan lokal di protekshon di naturalesa i trahamentu huntu pa salbaguardá naturalesa den e parti karibense di Reino Hulandes. 

Arno Verhoeven, direktor di DCNA, a enfatisá ku entre e 6 islanan di Hulanda Karibense ainda tin masha tiki laso di kolaborashon i ku e motibu mas prinsipal di trabou di DCNA ta na promé lugá debí na un komprenshon mutuo di naturalesa i e deseo pa kompartí konosementu. ‘En realidat Hulanda Karibense ta disponé di hopi, ora ta trata di siensia i investigashon. Tur e hendenan pashoná akí ku ta traha riba preservashon di naturalesa riba nos islanan tin ún kos komun: nan pashon pa protehá naturalesa. I naturalesa ku no konosé frontera. E konosementu i abilidatnan ku nan ta akumulá den e ret akí ta enorme. I nan disposishon pa kompartí ta forma parti di e pashon akí. Ku 6 organisashon grandi di naturalesa nos ta un sentro di konosementu regional importante’, segun Verhoeven. 

Hulanda Karibense ta hospedá hopi espesie úniko di bestia i mata. Hopi di esakinan ta bou di menasa pa motibu di pèrdida di nan habitat, kontaminashon i komementu eksesivo i e impakto di espesienan invasivo, kambio di klima i otro faktornan di strès. Pa manehá e rekursonan natural na nos isla den un forma inteligente i sostenibel, konosementu tokante e ekosistemanan kompleho i vulnerabel na Hulanda Karibense ta esensial. Prinsipalmente ora e medionan akí mester keda sostené e komunidatnan lokal i forma e base pa bienestar ekonómiko di e islanan. Den esaki investigashon, monitoreo  i komunikashon i alkanse ta hunga un ròl krusial. Siensia ta un komponente fuerte di kada programa di naturalesa i na momentu di buska mas finansiamentu e ta un di e partinan mas importante di kada aplikashon. 

Minister Robbert Dijkgraag ta bishitá ofisina di Dutch Caribbean Nature Alliance na Boneiru. Foto: Skyview Bonaire

DCNA ta un organisashon non-profit ku nan a lanta pa protehá e ambiente natural i pa promové maneho sostenibel di rekursonan natural, tantu riba tera komo den laman, riba e seis islanan hulandes karibense. E aliansa ta traha huntu ku organisashonnan lokal di maneho di parke i otro organisashonnan di protekshon di naturalesa. E ta un representante tambe pa parkenan lokal na momentu di kontakto ku gobièrnunan i trahadónan di maneho òf kontakto ku organisashonnan regional òf internashonal na nivel multi-insular.  

Un di e tareanan núkleo di DCNA ta promoshon i fasilitashon di diálogo, interkambio di konosementu, entrenamentu i kolaborashon permanente entre organisashonnan di maneho di parke (e parkenan). DCNA’s Research & Monitoring Working Group (DCNA su grupo di trabou pa investigashon i monitoreo) ta ofresé un plataforma kaminda biólogonan di e parkenan ta bini huntu pa kompartí eksperensia, konosementu i konseho riba tereno di investigashon i monitoreo. E grupo akí ta traha entre riba harmonisashon sientífiko di protokòlnan sólido di monitoreo pa e indikadónan mas importante di biodiversidat (espesie i habitat), instrumentonan pa análisis i un strategia pa guia investigadónan (i finansiadónan) na momentu di formulashon i ehekushon di investigashon i monitoreo na Hulanda Karibense.  

‘Nos ta sostené investigashon i monitoreo na Hulanda Karibense tambe pa medio di yuda mehorá komunikashon i alkanse. Por ehèmpel nos ta hasi informashon sientífiko mas amplio via Dutch Caribbean Biodiversity Database (DCBD), e plataforma di notisia BioNews- https://dcnanature.org/news i otro kanalnan di medionan di komunikashon. Nos ta agradesido na ministerio di Agrikultura, Naturalesa i Kalidat di Kuminda pa nan sosten pa e trabou akí’, segun Tineke van Bussel, Liaison di Investigashon i Komunikashon di DCNA. 

‘Komo ret regional ku ta kubri Hulanda Karibense i ku un relashon di trabou duradero ku e komunidat lokal di protekshon di naturalesa, DCNA ta den un posishon úniko pa kontribuí na desaroyo i implementashon eksitoso di inisiativanan sientífiko den region. Nos ke fortifiká nos trabou komo sentro di konosementu regional i gustosamente nos lo ke yama bon biní na mas medio pa duna servisio na nos stakeholdernan’, asina Arno Verhoeven a splika. 

Minister Robbert Dijkgraag ta bishitá ofisina di Dutch Caribbean Nature Alliance na Boneiru. Foto: Skyview Bonaire

 

 

Diabierna dia 20 di yanüari di aña 2023, Minister di Educacion, Cultura y Ciencia, Sr. Robbert Dijkgraaf, a bishita oficina di Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) na Boneiro. Despues di un encuentro cu e personal, DCNA tabatin e oportunidad di enfatisa importancia di investigacion y monitorea, e organisacionnan local di conservacion di naturalesa y e trabou conhunto pa salvaguarda naturalesa den e parte Caribense di Reino di e Paisnan Abou.

Arno Verhoeven, director di DCNA, a enfatisa cu a keda solamente masha poco organismo cooperativo entre e 6 islanan di Caribe Hulandes, y cu e rason principal pa e cu DCNA realmente ta funciona ta principalmente pa un comprension comun di naturalesa y e boluntad di comparti conocemento. “Di berdad, Caribe Hulandes tin hopi den loke ta trata ciencia y investigacion. Tur e personanan apasiona cu ta traha den conservacion di e islanan tin un cos den comun: nan impulso pa proteha naturalesa. Y naturalesa cu no tin frontera. E conocemento y e habilidadnan cu nan ta acumula den e red ta enorme. Y nan boluntad di comparti ta parti di e impulso aki. Cu 6 organisacion natural importante, nos ta un centro importante di conocemento regional”, Verhoeven ta bisa.

Caribe Hulandes ta e hogar di hopi especie di animal y vegetal unico. Hopi di esakinan ta den peliger debi na perdida di habitat, contaminacion, pastoreo excesivo y e impacto di e especienan invasor, e cambio climatico y otro factor di stress. Pa maneha e recursonan natural di e isla, di forma inteligente y sostenibel ta esencial pa conoce e ecosistema compleho y fragil di Caribe Hulandes. Especialmente ora cu e recursonan mester sigui apoya e comunidadnan local y forma e base pa e bienestar economico di e islanan. Investigacion, seguimento,  comunicacion y divulgacion ta hunga un papel crucial den esaki. Ciencia ta un componente fuerte den cualke programa di naturalesa, y ora cu ta busca mas financiamento, ta e piedra di skina di cualke aplicacion.

Minister Robbert Dijkgraaf bishitando e oficina di Dutch Caribbean Nature Alliance na Boneiro. Foto: Skyview Bonaire

DCNA ta un organisacion sin fin di lucro crea pa proteha e entorno natural y pa promove e maneho sostenibel di e recursonan natural, tanto riba tera como den lama, na e seis islanan di Caribe Hulandes. E aliansa ta traha cu organisacion local di maneho di parke y otro organisacion di conservacion di naturalesa. Tambe ta un representante di e parke local ora cu ta trata cu gobierno, haci politica of ora cu ta relaciona su mes cu organisacion regional of internacional na nivel di varios isla.

Un di e tareanan central di DCNA ta pa promove y facilita dialogo permanente,  intercambio di conocemento, capacitacion y cooperacion entre e Organisacionnan Administrado di Parke. E Grupo di Trabou di Investigacion y Monitoreo di DCNA ta proporciona un plataforma na unda e biologo di e parke ta reuni pa comparti experencia, conocemento y conseho tocante investigacion y monitoreo. Entre otro, e grupo aki ta traha den harmonisacion di protocol di monitoreo cientificamente solido pa e indicadonan di biodiversidad mas importante (especie y habitat), herment di analisis y un strategia pa guia e investigadonan (y financiadonan) den su diseño y realisacion di investigacion y monitoreo den Caribe Hulandes.

“Tambe nos ta  apoya investigacion y monitoreo den Caribe Hulandes pa yuda mehora comunicacion y divulgacion. Por ehempel cu e informacion cientifico ta mas amplio a traves di e base di dato di biodiversidad di Caribe Hulandes (DCBD), e plataforma di noticia BioNews- https://dcnanature.org/news y otro canal di medio. Nos ta gradici Ministerio di Agricultura, Naturalesa y Calidad di Alimento (LNV) pa apoya e trabou”, Tineke van Bussel, a comenta tocante Investigacion y Comunicacion di DCNA.

“Como red regional cu ta abarca Caribe Hulandes y cu un relacion di trabou cu e comunidad conservacionista local, DCNA ta den un posicion unico pa contribui na desaroyo largo y na implementacion exitoso di iniciativa cientifico den e region.  fortalecer nuestro trabajo como un centro di conocimiento regional y nos lo kier a gradici mas medio pa sirbi nos partinan interesa”.  Arno Verhoeven a splica.

Minister Robbert Dijkgraaf bishitando e oficina di Dutch Caribbean Nature Alliance na Boneiro. Foto: Skyview Bonaire

 

Published in BioNews 61

Date
2023
Data type
Media
Theme
Governance
Education and outreach
Legislation
Research and monitoring
Geographic location
Bonaire
Author